Samenstelling
Fluimucil XGVS Zambon Nederland bv
- Toedieningsvorm
- Concentraat voor infusievloeistof
- Sterkte
- 200 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- 25 ml (= 5 g)
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Samenstelling
Natriumthiosulfaat Formularium der Nederlandse Apothekers
- Toedieningsvorm
- Injectievloeistof
- Sterkte
- 250 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- ampul 5 ml
Pedmarqsi Norgine bv
- Toedieningsvorm
- Infusievloeistof
- Sterkte
- 80 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- flacon 100 ml
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Advies
Bij het vermoeden van ernstige paracetamolintoxicatie is acetylcysteïne het antidotum van eerste keus. Intraveneuze toediening van acetylcysteïne heeft hierbij de voorkeur, omdat niet-optimale therapie door braken (t.g.v. paracetamoloverdosering of bij orale inname van acetylcysteïne) is te voorkomen. Zie voor meer informatie toxicologie.org/paracetamol en de stofmonografie paracetamol via vergiftigingen.info.
Advies
Voor meer informatie over de behandeling van een cyanide-intoxicatie, zie het Protocol: Cyanide van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Voor dit geneesmiddel is voor de indicatie preventie van ototoxiciteit bij cisplatine geen advies vastgesteld.
Indicaties
- Intoxicatie met paracetamol.
Indicaties
injectievloeistof 250 mg/ml
- Cyanide-intoxicatie.
injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)
- Preventie van ototoxiciteit door chemotherapie met cisplatine bij kinderen ≥ 1 maand tot 18 jaar met gelokaliseerde, niet-gemetastaseerde solide tumoren.
Doseringen
Paracetamolintoxicatie
Volwassenen en kinderen
De therapie zo snel mogelijk (binnen 8–10 uur) na een paracetamoloverdosering inzetten. Toediening kan zelfs nog tot 36 uur na inname van een overdosis paracetamol zinvol zijn, omdat leverbeschadiging en -necrose daardoor beperkt(er) kunnen blijven. Toxicologie.org hanteert een interventiegrens van 150 mg/l (4 uur na inname) en de fabrikant formuleert geen interventiegrens; bij ondervoeding, chronisch alcoholisme, leverinsufficiëntie en bij inductie van CYP2E1 (o.a. isoniazide) wordt een grens van 75 mg/l gehanteerd. Ook het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum hanteert een interventiegrens van 150 mg/l (eveneens 4 uur na inname); met voor de genoemde bijzondere condities 100 mg/l. De grenswaarden zijn van toepassing bij eenmalige orale inname (binnen één periode van 8 uur) van paracetamolpreparaten met een directe afgifte. Voor meer informatie zie ook de stofmonografie paracetamol via vergiftigingen.info of zie toxicologie.org/paracetamol.
Begindosis: 150 mg/kg lichaamsgewicht in 200 ml langzaam i.v. in 60 min. Daarna vervolgen met 75 mg/kg in 500 ml i.v. elke 4 uur totdat de plasmaspiegel van paracetamol < 10 mg/l is, maar gedurende ten minste 24 uur. Zie voor het benodigde flaconvolume (ml) de Doseringstabel voor volwassenen in rubriek 4.2 van de officiële productinformatie CBG/EMA via 'Zie ook'.
Bij personen > 110 kg lichaamsgewicht een maximum rekengewicht van 110 kg aanhouden voor het berekenen van de benodigde dosering.
Verminderde nierfunctie: de dosis hoeft niet aangepast te worden. Indien voor behandeling van andere met paracetamol ingenomen geneesmiddelen hemodialyse wordt toegepast, is het niet nodig de dosering acetylcysteïne aan te passen.
Verminderde leverfunctie: de dosis hoeft niet aangepast te worden. Indien voor behandeling van andere met paracetamol ingenomen geneesmiddelen hemodialyse wordt toegepast, is het niet nodig de dosering acetylcysteïne aan te passen.
Toediening
- Vóór toediening de benodigde hoeveelheid concentraat (hypertoon) eerst verdunnen met infusievloeistof tot 200 ml. Glucose 5% en 10%, fysiologisch zout (NaCl 0,9%) of glucose/zoutoplossing (gluc 5%/NaCl 0,9%) kunnen ter verdunning gebruikt worden, glucose 5% als infusievloeistof heeft de voorkeur.
- Acetylcysteïne kan rubber en metaal aantasten; gebruik bij i.v.-toediening glazen - en/of plastic toedieningssystemen.
- Er zijn orale toedieningsvormen voor de behandeling van een paracetamoloverdosering, echter deze zijn hier niet voor geregistreerd. Zie daarom voor de orale dosering de stofmonografie paracetamol via vergiftigingen.info of zie toxicologie.org/paracetamol; let op, deze bronnen verschillen iets in hun doseringsadvies.
Doseringen
Cyanide-intoxicatie
Volwassenen
injectievloeistof 250 mg/ml: i.v. 12,5 g (50 ml) met een snelheid van 2,5-5 ml/min. Zo nodig halve dosis herhalen na 30-60 min.
Let op! Het tijdstip waarop natriumthiosulfaat wordt toegediend ten opzichte van chemotherapie met cisplatine is van cruciaal belang. Natriumthiosulfaat mag alleen worden toegediend na een cisplatine-infusie die maximaal 6 uur heeft geduurd. Gebruik geen natriumthiosulfaat indien de cisplatine-infusie meer dan 6 uur heeft geduurd of indien er binnen 6 uur nog een cisplatine-infusie gepland staat. Voor meer informatie, zie de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2 Dosering en wijze van toediening), zie hiervoor de link onder ‘Zie ook’.
Preventie ototoxiciteit bij cisplatine
Kinderen ≥ 1 maand
injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®): i.v. eenmalig gedurende 15 min, afhankelijk van het lichaamsgewicht en genormaliseerd naar lichaamsoppervlak: > 10 kg lichaamsgewicht: 12,8 g/m² overeenkomend met 160 ml/m². 5-10 kg lichaamsgewicht: 9,6 g/m² overeenkomend met 120 ml/m². < 5 kg lichaamsgewicht: 6,4 g/m² overeenkomend met 80 ml/m².
Verminderde nierfunctie: geen dosisaanpassing nodig. Zie ook Waarschuwingen en voorzorgen.
Verminderde leverfunctie: geen dosisaanpassing nodig.
Toediening injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)
- Geef naast de profylactische anti-emetica vóór de cisplatinebehandeling, in de 30 minuten voorafgaand aan de toediening van natriumthiosulfaat meervoudige anti-emetica.
- Eenmalig toedienen gedurende 15 minuten.
- Bij voorkeur toedienen via een centrale lijn vanwege de hypertone formulering.
- Voor de te volgen instructies na afloop van de infusie met cisplatine, zie de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2 Dosering en wijze van toediening).
Bijwerkingen
Gemeld zijn: anafylactische/anafylactoïde reacties, anafylactische shock, andere ernstige (overgevoeligheids)reacties zoals hypotensie, tachycardie, ernstige ademnood met bronchospasmen, angio-oedeem; een fatale afloop is zeer zelden gerapporteerd. Milde overgevoeligheidsreacties zoals misselijkheid, braken, hoesten, dyspneu, koorts, duizeligheid, urticaria, (gegeneraliseerde) erythemateuze huiduitslag, jeuk, (overmatig) blozen. Bradycardie. Hypertensie, vasodilatatie, syncope. Pijn of beklemd gevoel op de borst, adem- of hartstilstand, stridor. Uitpuilende ogen, wazig zien. Gezichts- of oogpijn, gegeneraliseerd insult. Gezichtsoedeem. Angst. Zweten, cyanose. Artropathie, artralgie. Malaise. Acidose, verlaagde ureumspiegel in bloed. Verslechtering van de leverfunctie, verlengde protrombinetijd. Trombocytopenie, afname bloedplaatjesaggregatie. Bij extravasatie, reacties op de plaats van toediening.
Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): overgevoeligheid waaronder huiduitslag, tachycardie, koude rillingen en dyspneu. Hypokaliëmie, hypernatriëmie (terugkerend naar baselinewaarde binnen 18-24 uur na toediening), hypofosfatemie. Misselijkheid en braken, dit houdt vaak snel op na beëindiging van de infusie.
Vaak (1-10%): hypertensie, hypotensie. Metabole acidose, hypocalciëmie.
Verder zijn gemeld: hoofdpijn, verwardheid, verlenging van de bloedingstijd, zoutsmaak in de mond en een warm gevoel.
Interacties
Gelijktijdig gebruik van nitroglycerine en acetylcysteïne kan leiden tot ernstige hypotensie en een verwijding van de arteria temporalis. Wanneer gelijktijdig gebruik noodzakelijk is, controleer op het ontstaan van (ernstige) hypotensie en waarschuw dat hoofdpijn kan optreden.
In vitro is inactivering van antibiotica (voornamelijk β–lactamantibiotica) geconstateerd bij mengen met acetylcysteïne; niet mengen in dezelfde infuuszak.
De uitscheiding van tegelijkertijd toegediende metalen kan verhoogd zijn.
Interacties
injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)
- De werkzaamheid van de cisplatine kan verminderen als natriumthiosulfaat wordt toegediend: < 6 uur na afloop van de infusie met cisplatine; als de cisplatine-toediening > 6 uur duurde; of als < 6 uur de volgende ciplatine-toediening is gepland.
- Indien natriumthiosulfaat > 6 uur na afloop van de infusie met cisplatine wordt toegediend, voorkomt het ototoxiciteit mogelijk niet op doeltreffende wijze.
Zwangerschap
Acetylcysteïne passeert de placenta (paracetamol ook).
Teratogenese: Bij de mens, weinig gegevens. Deze wijzen niet op schadelijke effecten op de foetus. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Acetylcysteïne kan (ook in hoge dosering) worden gebruikt bij een paracetamolintoxicatie tijdens de zwangerschap. Bovendien is een paracetamolintoxicatie zeer schadelijk voor de moeder en daarmee, in ieder geval indirect, ook voor het kind. Gevallen van foetaal en neonataal overlijden ten gevolge van hepatische necrose zijn beschreven als gevolg van maternale paracetamoloverdosering.
Zwangerschap
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens.
Advies: Gebruik ontraden.
Vruchtbaarheid: Boorzuur in de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®) kan de vruchtbaarheid beïnvloeden wanneer het chronisch wordt toegediend in doses van meer dan 0,2 mg/kg/dag. In combinatie met cisplatine wordt dit geneesmiddel met tussenpozen en verdeeld over een periode van 6 maanden, 6-30× toegediend. Samen met het boorzuur dat in drinkwater zit, komt dit neer op 0,17-0,22 mg/kg/dag, afhankelijk van de leeftijd en de grootte van het kind.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: Onbekend (NB: paracetamol gaat in geringe mate over in de moedermelk).
Farmacologisch effect: Er zijn geen gegevens bekend over toepassing van hoge doses acetylcysteïne (die gebruikt worden bij een paracetamolintoxicatie) gedurende lactatie. De opname uit het maag-darmkanaal van de zuigeling zal echter beperkt zijn door de lage biologische beschikbaarheid (4–10%). Bovendien heeft acetylcysteïne een hoog verdelingsvolume, waardoor de plasmaspiegel bij de moeder relatief laag is. In cases waarbij acetylcysteïne direct aan neonaten werd gegeven (als slijmverdunner), werd geen toxiciteit gezien. Deze doseringen zijn waarschijnlijk hoger dan de hoeveelheid die de zuigeling via de borstvoeding binnen krijgt.
Advies: Acetylcysteïne kan (ook hoog gedoseerd) waarschijnlijk veilig gebruikt worden. In het algemeen wordt het geven van borstvoeding tijdens intoxicaties echter afgeraden; tijdens een episode van paracetamolintoxicatie geen borstvoeding geven.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd.
Contra-indicaties
Er zijn van dit middel geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.
Contra-indicaties
- Pasgeborenen < 1 maand vanwege het risico op hypernatriëmie (injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)).
Waarschuwingen en voorzorgen
De intraveneuze toediening van acetylcysteïne dient onder strikt medisch toezicht plaats te vinden, in het bijzonder de initiële oplaaddosis. De kans op anafylactoïde/overgevoeligheidsreacties is groter wanneer het geneesmiddel te veel en/of te snel wordt toegediend en deze vinden gewoonlijk plaats tussen 15 en 60 minuten na start van de infusie. In veel gevallen verminderen de bijwerkingen na het stoppen van de infusie; een antihistaminicum kan nodig zijn en soms corticosteroïden. Zodra de reactie onder controle is, de infusie vervolgen met een infusiesnelheid van 75 mg/kg in 500 ml i.v. elke 4 uur totdat de plasmaspiegel van paracetamol < 10 mg/l is, gedurende ten minste 24 uur.
Bronchospasmen en ernstige huidreacties: Bij astma is bij i.v.-toediening meer kans op (ernstige) overgevoeligheidsreacties; ook ernstige huidreacties (zoals SJS en TEN) zijn opgetreden. Controleer (o.a. huid en slijmvliezen) nauwgezet op eerste verschijnselen en symptomen van overgevoeligheidsreacties en stop de behandeling onmiddellijk bij bronchospasme.
Wees voorzichtig bij de behandeling van patiënten lichter dan veertig kilogram, vanwege het risico op een te hoge vloeistoftoediening met als gevolg hyponatriëmie, toevallen en overlijden.
Omdat acetylcysteïne ook mucolytische eigenschappen heeft en bij kinderen jonger dan twee jaar het vermogen tot ophoesten beperkt kan zijn, rekening houden met luchtwegobstructie; neem zo nodig passende maatregelen.
Invloed op stollingstesten: Een hoge dosering acetylcysteïne, zoals die bij een paracetamolintoxicatie gegeven wordt, kan invloed hebben op de protrombinetijd en INR.
Resultaten van de urine ketonentest en de waarde van colorimetrische salicylaatbepalingen kunnen beïnvloed worden door acetylcysteïne.
Hulpstoffen: Wees voorzichtig met natrium bij een natriumarm dieet.
Waarschuwingen en voorzorgen
injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)
- Vanwege een mogelijke allergische reactie, houd antihistaminica voorhanden voor eventuele onmiddellijke toediening. Indien er een zodanige reactie optreedt dat de toediening van natriumthiosulfaat na de volgende cisplatine-infusie moet worden voortgezet, geef antihistaminica als premedicatie en observeer nauwlettend.
- Misselijkheid en braken kunnen tijdelijk vaker voorkomen en een ernstigere vorm aannemen vanwege de hoge natriumbelasting. Geef in de 30 minuten voorafgaand aan de toediening van natriumthiosulfaat aanvullende meervoudige anti-emetica, naast de profylactische anti-emetica die vóór de cisplatinebehandeling worden gegeven. De misselijkheid en braken verdwijnen vaak al snel na het beëindigen van de natriumthiosulfaat-infusie.
- Monitor de elektrolytenbalans en bloeddruk nauwlettend vanwege de natriumbelasting van de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®). Niet toedienen indien het serumnatrium vóór de toediening > 145 mmol/l is. Let op het natrium, in de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®), bij een natriumarm dieet. Monitor serumspiegels van magnesium, kalium en fosfaat en suppleer indien nodig.
- Monitor de nierfunctie aangezien chemotherapie met cisplatine nefrotoxisch kan zijn, en een verminderde nierfunctie kan leiden tot meer bijwerkingen van natriumthiosulfaat. Indien de GFR daalt tot < 60 ml/min/1,73m², monitor nauwlettend de elektrolyten.
Hulpstoffen
- Natriumsulfiet in de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®) kan in zeldzame gevallen bronchospasmen geven.
- Boorzuur in de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®) kan de vruchtbaarheid beïnvloeden. Zie voor meer informatie de rubriek Zwangerschap.
Overdosering
Symptomen
bij een overdosering zijn naast gastro-intestinale symptomen en duizeligheid ook effecten passend bij 'anafylactoïde reacties' zoals angio-oedeem, hypotensie, bronchospasmen, rinorroe, en urticaria mogelijk.
Zie voor meer symptomen en behandeling de monografie acetylcyteïne antidotum op Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Overdosering
Symptomen
ernstige misselijkheid en hevig braken, bloeddrukschommelingen, verstoorde elektrolytenbalans, acidose.
Therapie
Neem voor (meer) informatie over een vergiftiging met natriumthiosulfaat contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Eigenschappen
Antidotum. Acetylcysteïne vermindert de hepatotoxiciteit van NAPQI (n-acetyl-p-benzo-quinon-imine), de zeer reactieve intermediaire metaboliet na inname van een hoge dosis paracetamol, door de volgende mechanismen:
- Acetylcysteïne is een precursor in de synthese van glutathion. Zo handhaaft het de cellulaire gluthationspiegel op een niveau dat voldoende is om NAPQI te inactiveren. Men veronderstelt dat acetylcysteïne hierdoor effectief is in het voorkomen van leverbeschadiging en -necrose in de vroege fasen van paracetamolintoxicatie. Binnen 8–10 uur na overdosering kan het een gunstig effect hebben.
- Later dan 8–10 uur neemt de effectiviteit in het voorkomen van hepatotoxiciteit progressief af als functie van het interval tussen overdosering en inzet van de behandeling.
- Binnen 12 uur na inname van paracetamol is acetylcysteïne waarschijnlijk nog steeds effectief door reductie van de geoxideerde thiolgroepen in de belangrijkste enzymen.
- Binnen 24 uur na overdosering werkt het nog gunstig; waarschijnlijk door het verbeteren van de systemische hemodynamiek en het zuurstoftransport.
Acetylcysteïne heeft ook mucolytische eigenschappen.
Kinetische gegevens
T max | binnen enkele minuten. |
V d | 0,3–0,5 l/kg. |
Overig | verdeelt zich over het gehele lichaam, de hoogste weefselconcentraties worden bereikt in lever, nieren en longen. |
Metabolisering | in de darmwand en lever tot het actieve cysteïne en inactieve di-acetylcysteïne. |
Eliminatie | met de urine (vnl. als anorganisch sulfaat), ca. 20–30% onveranderd. |
T 1/2el | ca. 5,6 uur. Bij neonaten 11 uur. |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Eigenschappen
Natriumthiosulfaat (injectievloeistof 250 mg/ml) gedraagt zich als zwaveldonor bij de omzetting van cyanide tot thiocyanaat door het enzym rhodanese (ook wel thiosulfaat cyanidetranssulfurase genoemd).
Natriumthiosulfaat (injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)) biedt waarschijnlijk bescherming tegen door cisplatine veroorzaakte ototoxiciteit middels verhogen van niveaus van endogene antioxidanten, remming van intracellulaire oxidatieve stress en directe interactie tussen cisplatine en de thiolgroep in natriumthiosulfaat voor het aanmaken van inactieve platinasoorten.
Kinetische gegevens
T max | 15 minuten. |
V d | 0.15-0.23 l/kg |
Metabolisering | thiosulfaat wordt door thiosulfaatzwaveltransferase en thiosulfaatreductase gemetaboliseerd tot sulfiet, dat vervolgens snel tot sulfaat wordt geoxideerd. Natriumthiosulfaat wordt daarnaast deels omgezet in endogene zwavelbevattende stoffen. |
Eliminatie | met de urine (glomerulaire filtratie), als thiosulfaat en voor 20-50% onveranderd. |
T 1/2el | 50-182 minuten. |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Groepsinformatie
acetylcysteïne (bij paracetamolintoxicatie) hoort bij de groep antidota, overige.
- andexanet alfa (V03AB38) Vergelijk
- calciumgluconaat (cutaan) (D11AX03) Vergelijk
- flumazenil (V03AB25) Vergelijk
- fomepizol (V03AB34) Vergelijk
- fysostigmine (V03AD19) Vergelijk
- geactiveerde kool (A07BA01) Vergelijk
- hydroxocobalamine (als antidotum) (V03AB33) Vergelijk
- idarucizumab (V03AB37) Vergelijk
- methylthionine (V03AB17) Vergelijk
- naloxon (V03AB15) Vergelijk
- natriumthiosulfaat (V03AB06) Vergelijk
- obidoxim (V03AB13) Vergelijk
- protamine (V03AB14) Vergelijk
- sugammadex (V03AB35) Vergelijk
Groepsinformatie
natriumthiosulfaat hoort bij de groep antidota, overige.
- acetylcysteïne (bij paracetamolintoxicatie) (V03AB23) Vergelijk
- andexanet alfa (V03AB38) Vergelijk
- calciumgluconaat (cutaan) (D11AX03) Vergelijk
- flumazenil (V03AB25) Vergelijk
- fomepizol (V03AB34) Vergelijk
- fysostigmine (V03AD19) Vergelijk
- geactiveerde kool (A07BA01) Vergelijk
- hydroxocobalamine (als antidotum) (V03AB33) Vergelijk
- idarucizumab (V03AB37) Vergelijk
- methylthionine (V03AB17) Vergelijk
- naloxon (V03AB15) Vergelijk
- obidoxim (V03AB13) Vergelijk
- protamine (V03AB14) Vergelijk
- sugammadex (V03AB35) Vergelijk