Samenstelling
Natriumthiosulfaat Formularium der Nederlandse Apothekers
- Toedieningsvorm
- Injectievloeistof
- Sterkte
- 250 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- ampul 5 ml
Pedmarqsi Norgine bv
- Toedieningsvorm
- Infusievloeistof
- Sterkte
- 80 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- flacon 100 ml
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Samenstelling
Toxogonin (chloride) SERB SA
- Toedieningsvorm
- Injectievloeistof
- Sterkte
- 250 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- ampul 1 ml
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Advies
Voor meer informatie over de behandeling van een cyanide-intoxicatie, zie het Protocol: Cyanide van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Voor dit geneesmiddel is voor de indicatie preventie van ototoxiciteit bij cisplatine geen advies vastgesteld.
Advies
Voor dit geneesmiddel is geen advies vastgesteld.
Indicaties
injectievloeistof 250 mg/ml
- Cyanide-intoxicatie.
injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)
- Preventie van ototoxiciteit door chemotherapie met cisplatine bij kinderen ≥ 1 maand tot 18 jaar met gelokaliseerde, niet-gemetastaseerde solide tumoren.
Indicaties
- Vergiftiging door organische fosforverbindingen, zoals in plantenziektenbestrijdingsmiddelen en insecticiden (bv. parathion = E 605; Phosdrin; Merkon e.a.) en zoals zenuwgassen in oorlogssituaties (bv. Sarin, Soman, Novichok).
Doseringen
Cyanide-intoxicatie
Volwassenen
injectievloeistof 250 mg/ml: i.v. 12,5 g (50 ml) met een snelheid van 2,5-5 ml/min. Zo nodig halve dosis herhalen na 30-60 min.
Let op! Het tijdstip waarop natriumthiosulfaat wordt toegediend ten opzichte van chemotherapie met cisplatine is van cruciaal belang. Natriumthiosulfaat mag alleen worden toegediend na een cisplatine-infusie die maximaal 6 uur heeft geduurd. Gebruik geen natriumthiosulfaat indien de cisplatine-infusie meer dan 6 uur heeft geduurd of indien er binnen 6 uur nog een cisplatine-infusie gepland staat. Voor meer informatie, zie de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2 Dosering en wijze van toediening), zie hiervoor de link onder ‘Zie ook’.
Preventie ototoxiciteit bij cisplatine
Kinderen ≥ 1 maand
injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®): i.v. eenmalig gedurende 15 min, afhankelijk van het lichaamsgewicht en genormaliseerd naar lichaamsoppervlak: > 10 kg lichaamsgewicht: 12,8 g/m² overeenkomend met 160 ml/m². 5-10 kg lichaamsgewicht: 9,6 g/m² overeenkomend met 120 ml/m². < 5 kg lichaamsgewicht: 6,4 g/m² overeenkomend met 80 ml/m².
Verminderde nierfunctie: geen dosisaanpassing nodig. Zie ook Waarschuwingen en voorzorgen.
Verminderde leverfunctie: geen dosisaanpassing nodig.
Toediening injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)
- Geef naast de profylactische anti-emetica vóór de cisplatinebehandeling, in de 30 minuten voorafgaand aan de toediening van natriumthiosulfaat meervoudige anti-emetica.
- Eenmalig toedienen gedurende 15 minuten.
- Bij voorkeur toedienen via een centrale lijn vanwege de hypertone formulering.
- Voor de te volgen instructies na afloop van de infusie met cisplatine, zie de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2 Dosering en wijze van toediening).
Doseringen
Intoxicatie door organische fosforverbindingen
Volwassenen
Eerst snel atropine toedienen: 2–5 mg i.v. Herhaal iedere 5–15 min tot het effect van atropine duidelijk is: warme droge huid, droge mond, milde tachycardie. Na de eerste atropinedosering(en) de behandeling met obidoxim starten: 250 mg (1 ampul) langzaam i.v.. Daarna als continu infuus van 750 mg/24 uur zo lang als reactivering van acetylcholinesterase mogelijk is.
Kinderen
Volgens het Kinderformularium van het NKFK: vanaf 1 maand: combineren met atropine i.v. of i.m. 0,05 mg/kg per dosis, zo nodig elke 10–30 min herhalen op geleide van sinusritme. Maximale dosering atropine per dosis: 2 mg. Obidoxim 4–8 mg/kg per dosis in 5–10 minuten. Eventueel na 1–2 uur herhalen. Volgens de fabrikant eerst atropine: 1–3 mg i.v. per dosis. Herhaal iedere 5–15 min tot het effect van atropine duidelijk is: warme droge huid, droge mond, milde tachycardie. Na de eerste atropinedosering(en) de behandeling met obidoxim starten: 4–8 mg/kg lichaamsgewicht langzaam i.v. Continu infuus 10 mg/kg lichaamsgewicht/24 uur zo lang als reactivering van acetylcholinesterase mogelijk is.
Verminderde nierfunctie: bij een glomerulaire filtratiesnelheid <30 ml/min is mogelijk aanpassing van de dosis nodig.
Toediening: obidoxim kan ook i.m. worden toegediend.
Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): overgevoeligheid waaronder huiduitslag, tachycardie, koude rillingen en dyspneu. Hypokaliëmie, hypernatriëmie (terugkerend naar baselinewaarde binnen 18-24 uur na toediening), hypofosfatemie. Misselijkheid en braken, dit houdt vaak snel op na beëindiging van de infusie.
Vaak (1-10%): hypertensie, hypotensie. Metabole acidose, hypocalciëmie.
Verder zijn gemeld: hoofdpijn, verwardheid, verlenging van de bloedingstijd, zoutsmaak in de mond en een warm gevoel.
Bijwerkingen
Hoge doses kunnen neuromusculaire blokkade veroorzaken. Verder zijn gemeld: toegenomen hartfrequentie, aritmie, bloeddrukstijging, droge mond, geelzucht en afwijkende leverfunctie, hypo-esthesie, spierzwakte, warm en koud voelen, een mentholsmaak.
Interacties
injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)
- De werkzaamheid van de cisplatine kan verminderen als natriumthiosulfaat wordt toegediend: < 6 uur na afloop van de infusie met cisplatine; als de cisplatine-toediening > 6 uur duurde; of als < 6 uur de volgende ciplatine-toediening is gepland.
- Indien natriumthiosulfaat > 6 uur na afloop van de infusie met cisplatine wordt toegediend, voorkomt het ototoxiciteit mogelijk niet op doeltreffende wijze.
Interacties
Er zijn van dit middel geen interacties bekend. Vanwege de renale uitscheiding is interactie met geneesmiddelen die ook renaal worden uitgescheiden theoretisch mogelijk.
Zwangerschap
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens.
Advies: Gebruik ontraden.
Vruchtbaarheid: Boorzuur in de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®) kan de vruchtbaarheid beïnvloeden wanneer het chronisch wordt toegediend in doses van meer dan 0,2 mg/kg/dag. In combinatie met cisplatine wordt dit geneesmiddel met tussenpozen en verdeeld over een periode van 6 maanden, 6-30× toegediend. Samen met het boorzuur dat in drinkwater zit, komt dit neer op 0,17-0,22 mg/kg/dag, afhankelijk van de leeftijd en de grootte van het kind.
Zwangerschap
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens.
Advies: In geval van een ernstige intoxicatie dient een zwangere als een niet-zwangere behandeld te worden.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: In het algemeen wordt aangeraden geen borstvoeding te geven ten tijde van een intoxicatie.
Contra-indicaties
- Pasgeborenen < 1 maand vanwege het risico op hypernatriëmie (injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)).
Contra-indicaties
- Vergiftiging met cholinesteraseremmende stoffen van het carbamaattype; atropine kan dan wèl gegeven worden.
Waarschuwingen en voorzorgen
injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)
- Vanwege een mogelijke allergische reactie, houd antihistaminica voorhanden voor eventuele onmiddellijke toediening. Indien er een zodanige reactie optreedt dat de toediening van natriumthiosulfaat na de volgende cisplatine-infusie moet worden voortgezet, geef antihistaminica als premedicatie en observeer nauwlettend.
- Misselijkheid en braken kunnen tijdelijk vaker voorkomen en een ernstigere vorm aannemen vanwege de hoge natriumbelasting. Geef in de 30 minuten voorafgaand aan de toediening van natriumthiosulfaat aanvullende meervoudige anti-emetica, naast de profylactische anti-emetica die vóór de cisplatinebehandeling worden gegeven. De misselijkheid en braken verdwijnen vaak al snel na het beëindigen van de natriumthiosulfaat-infusie.
- Monitor de elektrolytenbalans en bloeddruk nauwlettend vanwege de natriumbelasting van de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®). Niet toedienen indien het serumnatrium vóór de toediening > 145 mmol/l is. Let op het natrium, in de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®), bij een natriumarm dieet. Monitor serumspiegels van magnesium, kalium en fosfaat en suppleer indien nodig.
- Monitor de nierfunctie aangezien chemotherapie met cisplatine nefrotoxisch kan zijn, en een verminderde nierfunctie kan leiden tot meer bijwerkingen van natriumthiosulfaat. Indien de GFR daalt tot < 60 ml/min/1,73m², monitor nauwlettend de elektrolyten.
Hulpstoffen
- Natriumsulfiet in de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®) kan in zeldzame gevallen bronchospasmen geven.
- Boorzuur in de injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®) kan de vruchtbaarheid beïnvloeden. Zie voor meer informatie de rubriek Zwangerschap.
Waarschuwingen en voorzorgen
Het gebruik van obidoxim vervangt nooit de toediening van atropine. Geef atropine bij voorkeur al voordat de patiënt naar het ziekenhuis gaat, om hartstilstand te voorkomen. Geef in ieder geval atropine alvorens over te gaan tot toediening van obidoxim. Bij organofosfaatvergiftiging worden hoge doses atropine verdragen.
Bij vergiftigingen per os, direct de maag spoelen, waarbij wegens aspiratiegevaar de ademhalingswegen zorgvuldig moeten worden vrijgehouden. Rijkelijke toediening van geactiveerde kool is noodzakelijk.
Bij vergiftigingen door huidcontact met een organofosfaat, de kleding verwijderen en het gehele lichaam wassen met een natriumbicarbonaatoplossing of polyethyleenglycol. Als dat niet kan, wassen met water en zeep.
Wees voorzichtig bij patiënten met myasthenia gravis die een cholinesteraseremmer gebruiken, vanwege het risico op een myastene crisis bij toediening van obidoxim.
Controleer de leverfuncties indien hoge dosis obidoxim worden gegeven omdat obidoxim vanaf 8 mg/kg hepatotoxisch kan zijn, veelal van voorbijgaande aard.
Overdosering
Symptomen
ernstige misselijkheid en hevig braken, bloeddrukschommelingen, verstoorde elektrolytenbalans, acidose.
Therapie
Neem voor (meer) informatie over een vergiftiging met natriumthiosulfaat contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Overdosering
Symptomen
Ernstige overdosering met obidoxim kan een averechts effect geven, namelijk verdere remming van acetylcholinesterase en toename van de vergiftigingssymptomen. Daarnaast kan ernstige overdosering voorbijgaande verstoringen van de leverfunctie veroorzaken.
Therapie
Neem voor informatie over een vergiftiging met obidoxim contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Eigenschappen
Natriumthiosulfaat (injectievloeistof 250 mg/ml) gedraagt zich als zwaveldonor bij de omzetting van cyanide tot thiocyanaat door het enzym rhodanese (ook wel thiosulfaat cyanidetranssulfurase genoemd).
Natriumthiosulfaat (injectievloeistof 80 mg/ml (Pedmarqsi®)) biedt waarschijnlijk bescherming tegen door cisplatine veroorzaakte ototoxiciteit middels verhogen van niveaus van endogene antioxidanten, remming van intracellulaire oxidatieve stress en directe interactie tussen cisplatine en de thiolgroep in natriumthiosulfaat voor het aanmaken van inactieve platinasoorten.
Kinetische gegevens
T max | 15 minuten. |
V d | 0.15-0.23 l/kg |
Metabolisering | thiosulfaat wordt door thiosulfaatzwaveltransferase en thiosulfaatreductase gemetaboliseerd tot sulfiet, dat vervolgens snel tot sulfaat wordt geoxideerd. Natriumthiosulfaat wordt daarnaast deels omgezet in endogene zwavelbevattende stoffen. |
Eliminatie | met de urine (glomerulaire filtratie), als thiosulfaat en voor 20-50% onveranderd. |
T 1/2el | 50-182 minuten. |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Eigenschappen
Obidoxim is een antidotum bij een organofosfaatvergiftiging. Het reactiveert de geblokkeerde acetylcholinesterases. Obidoxim wordt in combinatie met atropine toegepast, waarbij atropine de muscarinerge symptomen van de vergiftiging tegengaat, en obidoxim de nicotinerge. Een significant effect wordt gezien bij plasmaspiegels van 10–20 micromol (3,6–7,2 mg) obidoximchloride/liter. Bij hogere dan de aanbevolen doseringen, kan juist remming van acetylcholinesterasen optreden.
Kinetische gegevens
T max | 20–40 minuten. |
V d | 0,171 l/kg; bij organofosfaatvergiftiging hoger, tot 0,32 l/kg. |
Eliminatie | snel, voornamelijk met de urine. |
T 1/2el | ca. 2 uur. |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Groepsinformatie
natriumthiosulfaat hoort bij de groep antidota, overige.
- acetylcysteïne (bij paracetamolintoxicatie) (V03AB23) Vergelijk
- andexanet alfa (V03AB38) Vergelijk
- calciumgluconaat (cutaan) (D11AX03) Vergelijk
- flumazenil (V03AB25) Vergelijk
- fomepizol (V03AB34) Vergelijk
- fysostigmine (V03AD19) Vergelijk
- geactiveerde kool (A07BA01) Vergelijk
- hydroxocobalamine (als antidotum) (V03AB33) Vergelijk
- idarucizumab (V03AB37) Vergelijk
- methylthionine (V03AB17) Vergelijk
- naloxon (V03AB15) Vergelijk
- obidoxim (V03AB13) Vergelijk
- protamine (V03AB14) Vergelijk
- sugammadex (V03AB35) Vergelijk
Groepsinformatie
obidoxim hoort bij de groep antidota, overige.
- acetylcysteïne (bij paracetamolintoxicatie) (V03AB23) Vergelijk
- andexanet alfa (V03AB38) Vergelijk
- calciumgluconaat (cutaan) (D11AX03) Vergelijk
- flumazenil (V03AB25) Vergelijk
- fomepizol (V03AB34) Vergelijk
- fysostigmine (V03AD19) Vergelijk
- geactiveerde kool (A07BA01) Vergelijk
- hydroxocobalamine (als antidotum) (V03AB33) Vergelijk
- idarucizumab (V03AB37) Vergelijk
- methylthionine (V03AB17) Vergelijk
- naloxon (V03AB15) Vergelijk
- natriumthiosulfaat (V03AB06) Vergelijk
- protamine (V03AB14) Vergelijk
- sugammadex (V03AB35) Vergelijk