Samenstelling
Imigran (als succinaat) GlaxoSmithKline bv
- Toedieningsvorm
- Injectievloeistof voor s.c.-gebruik
- Sterkte
- 12 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- penfill-patroon 0,5 ml, penfill-patroon 0,5 ml met Glaxopen
- Toedieningsvorm
- Tablet, dispergeerbaar 'Ftab'
- Sterkte
- 50 mg, 100 mg
Imigran (als hemisulfaat) GlaxoSmithKline bv
- Toedieningsvorm
- Neusspray
- Sterkte
- 10 mg/dosis
- Verpakkingsvorm
- 0,1 ml (dosis)
- Toedieningsvorm
- Neusspray
- Sterkte
- 20 mg/dosis
- Verpakkingsvorm
- 0,1 ml (dosis)
Sumatriptan (als succinaat) Diverse fabrikanten
- Toedieningsvorm
- Injectievloeistof voor s.c.-gebruik
- Sterkte
- 6 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- pen 0,5 ml
- Toedieningsvorm
- Injectievloeistof voor s.c.-gebruik
- Sterkte
- 12 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- wegwerpspuit 0,5 ml
- Toedieningsvorm
- Tablet (omhuld)
- Sterkte
- 50 mg, 100 mg
Sumatriptan XGVS Doorgeleverde bereiding
- Toedieningsvorm
- Zetpil
- Sterkte
- 25 mg
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Samenstelling
Suvexx Orion Corporation
- Toedieningsvorm
- Tablet, filmomhuld
Bevat per tablet: sumatriptan (als succinaat) 85 mg en naproxen(natrium) 500 mg
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Advies
Bij de behandeling van migraineaanvallen gaat op grond van de bijwerkingen, de voorkeur uit naar paracetamol in voldoende hoge dosering. Tweede keus middelen met een vergelijkbare werkzaamheid maar meer bijwerkingen zijn NSAID's (ibuprofen, naproxen) en derde keus orale triptanen (sumatriptan, rizatriptan, zolmitriptan). Bij misselijkheid en braken kan zo nodig tegelijk met de pijnstiller een anti-emeticum (domperidon, metoclopramide) worden ingenomen. Bij twee of meer aanvallen per maand is profylaxe te overwegen. Men kan bij sumatriptan overgaan op neusspray, zetpil of subcutane injectie als ondanks gebruik van een anti-emeticum bij misselijkheid en braken, de tablet niet wordt binnengehouden.
Bij kinderen zijn voor de aanvalsbehandeling van migraine paracetamol– eventueel met een anti-emeticum –, eerste keus. NSAID's zijn tweede keus. Triptanen zijn derde keus. Binnen de groep triptanen gaat de voorkeur uit naar sumatriptan neusspray op grond van bewezen werkzaamheid.
Sumatriptan s.c. en medicinale zuurstof zijn eerstekeusmiddelen voor de aanvalsbehandeling van clusterhoofdpijn. Verapamil (offlabel) is middel van eerste keus voor de onderhoudsbehandeling van clusterhoofdpijn. Bij het opbouwen van langdurige profylaxe, en bij een zogenaamde 'verapamil drug holiday', kan overwogen worden om ter overbrugging oraal een prednis(ol)onkuur (offlabel) of lokaal een GON-injectie (blokkade van de achterhoofdszenuw, 'Greater Occipital Nerve') met methylprednisolon(/lidocaïne) (offlabel) te geven.
Advies
Bij de behandeling van migraineaanvallen gaat op grond van de bijwerkingen, de voorkeur uit naar paracetamol in voldoende hoge dosering. Tweedekeusmiddelen met een vergelijkbare werkzaamheid maar meer bijwerkingen zijn NSAID's (ibuprofen, naproxen) en derde keus orale triptanen (sumatriptan, rizatriptan, zolmitriptan). Bij misselijkheid en braken kan zo nodig tegelijk met de pijnstiller een anti-emeticum (domperidon, metoclopramide) worden ingenomen. Bij twee of meer aanvallen per maand is profylaxe te overwegen.
Indicaties
- Oraal, nasaal, rectaal en s.c.: Acute behandeling van een migraine-aanval, met en zonder aura.
- S.c. en (offlabel:) nasaal: Acute behandeling van clusterhoofdpijn.
Gerelateerde informatie
Indicaties
- acute behandeling van de hoofdpijnfase van migraineaanvallen, met of zonder aura, bij volwassenen bij wie de behandeling met een enkelvoudig product onvoldoende is.
Gerelateerde informatie
Doseringen
Let op! Zo snel mogelijk toedienen na het begin van de migrainehoofdpijn of van gerelateerde symptomen als misselijkheid, overgeven of fotofobie.
Geef als monotherapie, zie ook de rubriek Interacties.
Migraine-aanval
Volwassenen > 18 jaar
Oraal: 50 mg, soms 100 mg; bij terugkeer van de symptomen zo nodig een tweede dosis minimaal 2 uur na de eerste, max. 3 doses van 100 mg in 24 uur.
Verminderde leverfunctie: overweeg bij lichte tot matig-ernstige leverinsufficiëntie de 50 mg tablet voor te schrijven.
Intranasaal: 1 dosering (20 mg/dosis) in één neusgat, zo nodig een tweede dosis na minimaal 2 uur, max. 2 doseringen van 20 mg per 24 uur; een dosering van 10 mg kan soms voldoende zijn.
Rectaal: 25 mg; max. 2 doseringen van 25 mg per 24 uur.
S.c.: 6 mg (bij voorkeur in bovenarm of bovenbeen) met behulp van een auto-injector, als de hoofdpijn terugkomt na ten minste 1 uur herhalen, max. 12 mg in 24 uur. Als er op een eerste injectie geen reactie is, heeft een tweede injectie geen zin.
Adolescenten 12–17 jaar
Intranasaal: een dosis van 10 mg in één neusgat, max. twee doses van 10 mg per 24 uur. Oraal, subcutaan of rectaal gebruik wordt bij adolescenten niet aangeraden omdat in klinisch onderzoek de veiligheid en werkzaamheid van de tablet, injectie en zetpil resp. niet is aangetoond of niet is onderzocht.
Clusterhoofdpijn
S.c. 6 mg voor iedere aanval, max. 12 mg in 24 uur; tussen 2 injecties ten minste 1 uur wachten. Offlabel: intranasaal: volgens de NHG-Standaard Hoofdpijn:1 dosering (20 mg/dosis) in één neusgat, max. 2 doseringen van 20 mg per 24 uur.
Ouderen (> 65 j.): sumatriptan niet gebruiken (vanwege relatief weinig ervaring en omdat de kinetiek is onvoldoende onderzocht).
Toediening: tabletten heel innemen met water; bij slikproblemen kan de 'Ftab' in een beetje water worden opgelost, wat wel een bittere smaak geeft.
Doseringen
Zo snel mogelijk toedienen na het begin van de migrainehoofdpijn of van gerelateerde symptomen als misselijkheid, overgeven of fotofobie.
Migraine-aanval
Volwassenen > 18 jaar
1 tablet (85/500); bij terugkeer van de symptomen zo nodig een tweede tablet minimaal 2 uur na de eerste, max. 2 tabletten in 24 uur.
Verminderde leverfunctie: niet gebruiken. Gebruik bij een matige en ernstige leverinsufficiëntie is gecontra-indiceerd; als bij een lichte leverinsufficiëntie gebruik nodig is: max. 1 tablet/ 24 uur en de patiënt monitoren.
Verminderde nierunctie: bij een ernstige nierinsufficiëntie is gebruik gecontra-indiceerd; bij een lichte of matige nierinsufficiëntie: max. 1 tablet/ 24 uur en de patiënt monitoren.
Ouderen (> 65 j.): sumatriptan/naproxen niet gebruiken omdat het niet is onderzocht en ouderen vaak een leeftijdsgebonden verminderde lever- en nierfunctie hebben.
Toediening: tablet heel innemen met water, met of zonder voedsel; tablet niet delen, fijnstampen of kauwen omdat dit de optimale absorptiesnelheid kan beïnvloeden.
Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): vieze smaak (bij neusspray). Pijn/steken/branderig gevoel op injectieplaats, zwelling, erytheem, blauwe plekken en bloedingen (bij injectie).
Vaak (1-10%): duizeligheid, slaperigheid, sensibele stoornis (incl. paresthesie), opvliegers, dyspneu, warmte- of koudesensaties, zwaar gevoel, beklemdheid en een drukkend gevoel, onder meer in borst en keel, zwakte, vermoeidheid. Kort na toediening een voorbijgaande stijging van de bloeddruk.
Verder zijn gemeld: (< 0,01%): bradycardie, tachycardie, palpitaties, aritmieën, ECG-veranderingen, coronaire vaatspasmen, angina, myocardinfarct, hypotensie, Raynaudfenomeen, diarree, ischemische colitis, slikstoornis, convulsies, tremor, dystonie, nystagmus, scotoom, visusstoornissen, vermindering tot tijdelijk verlies van het gezichtsvermogen, overgevoeligheidsreacties variërend van huiduitslag tot anafylaxie, geringe afwijkingen in leverfunctiewaarden, artralgie, stijve nek, angst, hyperhidrose. Bij neusspray tevens irritaties of brandend gevoel in neus of keel, epistaxis.
Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): buikpijn, brandend maagzuur, misselijkheid, obstipatie.
Vaak (1-10%): duizeligheid, hoofdpijn, tintelingen, slaperigheid, sensibele stoornis (incl. paresthesie en hypo-esthesie). Visusstoornissen. Tinitus, gehoorproblemen. Verergering van hartfalen (oedeem, dyspneu). Voorbijgaande stijging van de bloeddruk, opvliegers. Dyspneu, Stomatitis, diarree, dyspepsie, misselijkheid en braken. Jeuk, huiduitslag, urticaria, toegenomen zweten, purpura, ecchymose. (Spier)pijn, warmte- of koudesensaties, zwaar gevoel, beklemdheid en een drukkend gevoel, onder meer in borst en keel, zwakte, vermoeidheid.
Soms (0,1-1%): hyperkaliëmie, vochtretentie. Stemmingswisselingen, depressie, verminderd concentratievermogen, cognitieve aandoeningen, slapeloosheid, slaapstoornissen. Convulsies. Palpitaties. Gastro-intestinale zweren, bloedingen en/of perforaties, bloedbraken, melena, verergering van colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. Verhoogde leverenzymwaarden, geelzucht. Menstruatiestoornis. Dorst.
Zelden (0,01-0,1%): overgevoeligheidsreacties variërend van huiduitslag tot anafylaxie, angio-oedeem. Gehoorverlies. Longoedeem, verergering van astma. Toxische hepatitis. Haarverlies, fotosensibilisatie, pseudoporfyrie.
Zeer zelden (< 0,01%): eosinofilie, trombocytopenie, leukopenie, pancytopenie, hemolytische anemie, aplastische anemie, agranulocytose. Aseptische meningitis, verergering van ziekte van Parkinson. Vasculitis. Eosinofiele pneumonitis. Speekselklierontsteking, pancreatitis. Exacerbatie van lichen planus, exacerbatie van erythema nodosum, exacerbatie van lupus erythematosus disseminatus (SLE), toxische epidermale necrolyse, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom. Hematurie, nierfalen, glomerulonefritis, interstitiële nefritis, nefrotisch syndroom, papillaire necrose.
Verder zijn gemeld: angst. Tremor, dystonie, nystagmus, scotoom. Flikkering, diplopie, afname van het gezichtsvermogen, verlies van het gezichtsvermogen waaronder permanente beschadiging. Bradycardie, tachycardie, aritmieën, ECG-veranderingen, coronaire vaatspasmen, angina, myocardinfarct. Hypotensie, Raynaudfenomeen. Ischemische colitis, slikstoornis. Hyperhidrose. Gewrichtspijn, stijve nek. Geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), 'fixed drug eruption'. Koorts.
Zie ook sumatriptan#bijwerkingen en naproxen#bijwerkingen.
Interacties
Gelijktijdig gebruik van andere 5HT1-receptoragonisten of ergotamine(derivaten) is gecontra-indiceerd vanwege een mogelijk toegenomen kans op coronaire vaatspasmen; een interval van minstens 24 uur wordt na gebruik van deze 5HT1-receptoragonisten of ergotamine aangeraden. Na gebruik van sumatriptan minstens zes uur wachten met toediening van ergotamine en 24 uur voor toediening van een andere 5HT1-receptoragonist.
Gebruik van sumatriptan in combinatie met MAO-remmers en tijdens de eerste twee weken na stoppen van de MAO-remmer is gecontra-indiceerd.
Na gelijktijdig gebruik met een serotonineheropnameremmer (SSRI/SNRI) is het optreden van het serotoninesyndroom beschreven.
In combinatie met geneesmiddel dat sint-janskruid bevat (Hypericum-extract), kunnen bijwerkingen vaker optreden.
Interacties
Gelijktijdig gebruik van andere 5HT1-receptoragonisten of ergotamine(derivaten) is gecontra-indiceerd vanwege een mogelijk toegenomen kans op coronaire vaatspasmen; een interval van minstens 24 uur wordt na gebruik van deze 5HT1-receptoragonisten of ergotamine aangeraden. Na gebruik van sumatriptan minstens zes uur wachten met toediening van ergotamine en 24 uur voor toediening van een andere 5HT1-receptoragonist.
Gebruik van sumatriptan in combinatie met MAO-remmers en tijdens de eerste twee weken na stoppen van de MAO-remmer is gecontra-indiceerd.
Na gelijktijdig gebruik met een serotonineheropnameremmer (SSRI/SNRI) is het optreden van het serotoninesyndroom beschreven.
In combinatie met een geneesmiddel dat sint-janskruid bevat (Hypericum-extract), kunnen bijwerkingen vaker optreden.
Bij gelijktijdig gebruik van orale anticoagulantia (o.a. DOAC's, vitamine K-antagonisten) en clopidogrel neemt de kans op bloedingen toe. Monitor de patiënt. Vermijd combinatie met een hoge dosis heparine(derivaat). Combinatie met lage dosis acetylsalicylzuur is mogelijk.
Bij gelijktijdig gebruik van SSRI's, antitrombotica en corticosteroïden neemt de kans op gastro-intestinale complicaties toe (m.n. ouderen zijn hiervoor gevoelig); overweeg combinatie met een maagbeschermer. Vermijd gelijktijdig gebruik met andere NSAID's incl. COX-2 selectieve remmers en hoge dosis acetylsalicylzuur.
NSAID's kunnen het effect van bloeddrukverlagende middelen, en bij hartfalen het effect van lisdiuretica, verminderen. Bij een gestoorde nierfunctie, volumedepletie en ouderen kan door de combinatie met een RAAS-remmer de nierfunctie verder achteruit gaan.
NSAID's kunnen de nefrotoxiciteit van ciclosporine en tacrolimus versterken.
Naproxen kan de plasmaspiegels van lithium, zidovudine en digoxine verhogen. De plasmaspiegel van methotrexaat kan toenemen, waardoor toxische verschijnselen kunnen ontstaan.
Bij comedicatie met een bisfosfonaat neemt de kans op beschadiging van het maagslijmvlies toe.
Pas geen NSAID toe binnen 8–12 dagen na toediening van mifeproston, omdat door een NSAID de werking van mifeproston kan afnemen.
Bij comedicatie met colestyramine de naproxen minstens een uur voor, of 4 tot 6 uur na de colestyramine innemen.
Naproxen kan interfereren met testen voor de functie van de bijnierschors of bepaling van 5-OH-indolazijnzuur in de urine. Onderbreek de behandeling met naproxen 48 uur van tevoren.
Gelijktijdige toediening van probenecide verhoogt de plasma-spiegel van naproxen en verlengt de halfwaardetijd.
Zwangerschap
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens in het 2e en 3e trimester. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid, peri- noch postnataal. Post-marketing gegevens over gebruik door > 1000 vrouwen tijdens het 1e trimester, wijzen niet op een toegenomen kans op congenitale defecten.
Advies: Kan in het 1e trimester bij een ernstige niet te couperen aanval worden gebruikt. In het 2e en 3e trimester alleen op strikte indicatie gebruiken.
Zwangerschap
Naproxen passeert de placenta.
Teratogenese: Epidemiologisch onderzoek suggereert dat gebruik van NSAID's in de vroege fase van de zwangerschap kan leiden tot meer kans op miskramen, cardiale malformaties en gastroschisis. Bij dieren is een verhoogd pre- en post-implantatieverlies, embryo-foetale letaliteit en een verhoogde incidentie van malformaties gezien.
Farmacologisch effect: Bij gebruik tijdens het 3e trimester zijn farmacologische effecten mogelijk, zoals weeënremming en verlengde bloedingstijd, en bij de foetus voortijdige sluiting van de ductus arteriosus Botalli (vernauwing in het 2e trimester), pulmonale hypertensie, bloedstollingsstoornis met als gevolg bloeding, nierfunctiestoornissen of nierinsufficiëntie met oligohydramnie (vanaf week 20).
Advies:Gebruik is gecontra-indiceerd gedurende het laatste trimester van de zwangerschap. In het 1e en 2e trimester alleen op strikte indicatie gebruiken; in dat geval en bij vrouwen die zwanger proberen te worden de dosis zo laag mogelijk en de behandelduur zo kort mogelijk houden. Overweeg na blootstelling aan naproxen gedurende enkele dagen vanaf 20 weken prenatale controles op oligohydramnie en vernauwing van de ductus arteriosus; bij oligohydramnion of ductus arteriosusconstrictie het gebruik stoppen.
Vruchtbaarheid: Het gebruik van een NSAID kan door een effect op de ovulatie de conceptiekans verkleinen en wordt ontraden bij vrouwen die zwanger willen worden. Dit effect is reversibel na staken.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: Ja, in kleine hoeveelheden (relatieve kinddosis 3,5%). Verder wordt het slecht opgenomen vanuit de maag, en heeft het een lage biologische beschikbaarheid (14%) en een korte halfwaardetijd (2-3 uur), waardoor volgens Lareb nadelige effecten bij de zuigeling niet waarschijnlijk zijn.
Advies: Volgens Lareb: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt. Volgens de fabrikant: Blootstelling van het kind minimaliseren door borstvoeding binnen 12 uur na toediening te vermijden, en alle gedurende deze periode gekolfde melk weg te gooien.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: Ja (naproxen), in kleine hoeveelheden (sumatriptan). Volgens Lareb zijn nadelige effecten van sumatriptan bij de zuigeling niet waarschijnlijk, maar zijn er van naproxen effecten bij kinderen gemeld, waardoor het geen NSAID van voorkeur is tijdens borstvoeding.
Advies: Volgens Lareb: Incidenteel gebruik leidt waarschijnlijk niet tot nadelige effecten. Volgens de fabrikant: Blootstelling van het kind minimaliseren door borstvoeding binnen 12 uur na toediening te vermijden, en alle gedurende deze periode gekolfde melk weg te gooien.
Contra-indicaties
- myocardinfarct, ischemische hartaandoeningen of coronaire vaatspasmen in de voorgeschiedenis. Perifere vaataandoeningen. Symptomen die duiden op ischemische hartaandoeningen;
- doorgemaakte CVA en TIA;
- ernstig gestoorde leverfunctie (Child-Pughscore 10–15);
- matige tot ernstige hypertensie, milde ongecontroleerde hypertensie.
Zie voor verdere contra-indicaties de rubriek Interacties.
Contra-indicaties
- ernstig hartfalen. myocardinfarct, ischemische hartaandoeningen of coronaire vaatspasmen in de voorgeschiedenis. Perifere vaataandoeningen. Symptomen die duiden op ischemische hartaandoeningen;
- doorgemaakte CVA en TIA;
- matig en ernstig gestoorde leverfunctie;
- matige tot ernstige hypertensie, milde ongecontroleerde hypertensie;
- ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min);
- ulcus pepticum (actief of in de anamnese), maag-darmbloedingen (actief of in de anamnese), maag-darmperforatie, gastritis;
- actieve colitis ulcerosa of M. Crohn;
- cerebrovasculaire of andere bloedingen; hemorragische diathese;
- overgevoeligheidsreacties zoals, optreden van astma-aanval, urticaria, angio-oedeem, neuspoliepen of rinitis na gebruik van acetylsalicylzuur of andere NSAID's.
Zie voor verdere contra-indicaties de rubrieken Interacties en Zwangerschap.
Waarschuwingen en voorzorgen
Sluit vóór behandeling ernstige neurologische aandoeningen als CVA, TIA uit bij atypische symptomen of als er geen duidelijke diagnose is.
Wees voorzichtig bij risicofactoren die de convulsiedrempel verlagen, bij aanwezigheid van risicofactoren voor coronaire hartziekten (zoals bij zware rokers of bij gebruik van vervangende nicotineproducten, mannen ouder dan 40 jaar, vrouwen in de postmenopauze), bij hypertensie (ook als die onder controle is), convulsies in de anamnese, en lever- en nierinsufficiëntie. Bij optreden van symptomen als pijn en/of een beklemd gevoel op borst en keel die duiden op ischemische hartziekte, geen sumatriptan meer geven en de patiënt op de juiste wijze evalueren.
Wees voorzichtig bij overgevoeligheid voor sulfonamiden; er zijn relatief weinig aanwijzingen voor kruisovergevoeligheid.
Bij dagelijkse hoofdpijn rekening houden met medicatieovergebruikshoofdpijn (MOH). Overmatig gebruik van pijnstillers (incl triptanen) kan leiden tot MOH en ook exacerbatie van hoofdpijn, waardoor tijdelijk staken van de behandeling nodig is.
Sumatriptan niet profylactisch toepassen.
Latexallergie. De beschermkap van de naald van de s.c. injectie bevat natuurlijk latex, dat in contact met de naald kan komen en bij voor latex overgevoelige personen allergische reacties kan geven.
Onderzoeksgegevens: Alle toedieningsvormen alleen toepassen bij mensen tussen de 18 en 65 jaar, alleen de neusspray kan ook bij jongeren vanaf 12 jaar; de werkzaamheid en veiligheid is daarbuiten niet onderzocht (< 10 j.) of niet aangetoond in onderzoek.
Dit middel kan invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Raadpleeg ‘Rij Veilig met Medicijnen’ van het IVM.
Waarschuwingen en voorzorgen
Sluit vóór behandeling ernstige neurologische aandoeningen als CVA, TIA uit bij atypische symptomen of als er geen duidelijke diagnose is.
Wees voorzichtig bij astma (vanwege bronchospasmen), stollingsstoornissen, inflammatoire darmziekten (in remissie), porfyrie, systemische lupus erythematodes of andere collageenziekten, lever- en nierfunctiestoornissen, bij risicofactoren die de convulsiedrempel verlagen, hypertensie, hartfalen, ischemische hartziekte, perifeer arterieel vaatlijden, cerebrovasculaire ziekte en bij risicofactoren voor cardiovasculaire ziekte (o.a. diabetes mellitus, hyperlipidemie, roken, bij gebruik van vervangende nicotineproducten, mannen ouder dan 40 jaar, vrouwen in de postmenopauze). Herken het voorkomen van hypertensie als een bijwerking van het chronisch gebruik van NSAID’s en voorkom een voorschrijfcascade.
Bij optreden van symptomen als pijn en/of een beklemd gevoel op borst en keel die duiden op ischemische hartziekte, geen sumatriptan/naproxen meer geven en de patiënt op de juiste wijze beoordelen.
Controleer de nierfunctie voor en tijdens de therapie bij ouderen, verminderde nierdoorbloeding, levercirrose, hartfalen, natriumrestrictie en een reeds bestaande nieraandoening. Bij visusklachten is oogheelkundig onderzoek aanbevolen. Bij langere therapieduur regelmatig bloedbeeld, lever- en nierfunctie controleren.
Zorg bij nierinsufficiëntie voor voldoende diurese. Bij optreden van een ernstige nierfunctiestoornis de behandeling staken.
Bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosale laesies of andere tekenen van overgevoeligheid de behandeling staken, aangezien ernstige en soms fatale huidreacties met NSAID's zijn gemeld (SJS, TEN, DRESS).
Leverafwijkingen kunnen het resultaat zijn van overgevoeligheid; bij NSAID's is kruisreactiviteit gemeld.
Wees voorzichtig bij overgevoeligheid voor sulfonamiden; er zijn relatief weinig aanwijzingen voor kruisovergevoeligheid.
Bij ouderen, hoge doseringen en ulceraties in de voorgeschiedenis is er meer kans op gastro-intestinale complicaties, met name op bloedingen en (mogelijk fatale) perforaties. Gebruik de laagst mogelijke dosering en overweeg combinatie met maagbeschermende middelen. Staak de behandeling bij het optreden van een maag-darmbloeding of -ulcus.
Bij blaren of andere symptomen die wijzen op pseudoporfyrie de behandeling staken.
Bij varicella niet toepassen, omdat NSAID's mogelijk bijdragen aan verergering van infecties die als complicatie kunnen optreden.
Bij dagelijkse hoofdpijn rekening houden met medicatieovergebruikshoofdpijn (MOH). Overmatig gebruik van pijnstillers (incl triptanen) kan leiden tot MOH en ook exacerbatie van hoofdpijn, waardoor tijdelijk staken van de behandeling nodig is.
Sumatriptan/naproxen niet profylactisch toepassen.
Onderzoeksgegevens: alleen toepassen bij mensen tussen de 18 en 65 jaar; de werkzaamheid en veiligheid is daarbuiten niet onderzocht of niet aangetoond in onderzoek. Bij een gemiddelde van meer dan 5 aanvallen in 50 dagen is de veiligheid niet bepaald,
Dit middel kan invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Raadpleeg ‘Rij Veilig met Medicijnen’ van het IVM.
Overdosering
Neem voor informatie over een vergiftiging met sumatriptan contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Overdosering
Neem voor informatie over een vergiftiging met sumatriptan/naproxen contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum. Zie voor meer informatie over de symptomen en behandeling ook toxicologie.org/NSAID's .
Eigenschappen
Selectieve vasculaire 5HT1-receptoragonist, vooral van de 5HT1D-receptor. Deze receptor brengt vasoconstrictie van bepaalde craniale bloedvaten tot stand. Tevens zijn er aanwijzingen dat de activiteit van de nervus trigeminus wordt geremd. Werking: s.c. na 10–15 min; nasaal na 15 min; oraal, rectaal na 30 min. Na rectale toediening wordt na 2 uur een maximaal effect bereikt.
Kinetische gegevens
F | s.c. 96%, oraal, nasaal 14%, rectaal ca. 20%. |
T max | oraal 45 min (70%), rectaal 1½ uur, nasaal 1½ uur (volwassenen), 2 uur (adolescenten), s.c. 25 min. |
V d | 2,3 l/kg. |
Metabolisering | in de lever via MAO-A. |
Eliminatie | met de urine. |
T 1/2el | ca. 2 uur. |
Overig | bij milde tot matige leverinsufficiëntie is de biologische beschikbaarheid na orale toediening met 80% toegenomen; er is geen toename na subcutane toediening. |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Eigenschappen
Sumatriptan is een selectieve vasculaire 5HT1D-receptoragonist met vasoconstrictieve werking van bepaalde craniale bloedvaten, remt tevens de activiteit van de nervus trigeminus. Naproxen is een NSAID met analgetische, antiflogistische en antipyretische werking, remt tevens de trombocytenaggregatie.
Kinetische gegevens
Resorptie | sumatriptan onvolledig en is onderhevig aan first-pass-effect, naproxen snel en bijna volledig. |
F | sumatriptan ca 14%, naproxen 95%. |
T max | sumatriptan mediaan 1,5 uur (0,5-4 uur), naproxen mediaan 6 uur (3-16 uur). De Tmax van naproxen is in Suvexx later dan na enkelvoudige toediening, waarschijnlijk door een sumatriptan-geïnduceerde vertraging van de maaglediging. Voedselinname vertraagt de Tmax van sumatriptan met 0,6 uur. |
V d | sumatriptan 2,4 l/kg, naproxen 0,16 l/kg. |
Eiwitbinding | sumatriptan 14-21%, naproxen > 99%. |
Metabolisering | sumatriptan vooral in de lever via MAO-A tot inactief indoolazijnzuurderivaat, naproxen 30% in de lever door vnl. CYP2C9. |
Eliminatie | sumatriptan wordt 80% niet-renaal geklaard, met de urine vnl. als inactieve metabolieten, naproxen ca. 95% met de urine vnl. als metabolieten. |
T 1/2el | sumatripan ca. 2 uur, naproxen 11-15 uur. |
Overig | bij sumatripan neemt bij milde tot matige leverinsufficiëntie de biologische beschikbaarheid na orale toediening met 80% toe. |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Groepsinformatie
sumatriptan hoort bij de groep selectieve 5HT1-agonisten.
Groepsinformatie
sumatriptan/naproxen hoort bij de groep selectieve 5HT1-agonisten.