Samenstelling
Enjaymo XGVS Aanvullende monitoring Sanofi SA
- Toedieningsvorm
- Infusievloeistof
- Sterkte
- 50 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- flacon 22 ml
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Samenstelling
Rystiggo XGVS Aanvullende monitoring UCB Pharma bv
- Toedieningsvorm
- Injectievloeistof
- Sterkte
- 140 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- Flacon 2 ml, 3 ml
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Advies
Voor dit geneesmiddel is geen advies vastgesteld.
Advies
Rozanolixizumab heeft een therapeutisch gelijke waarde ten opzichte van eculizumab en ravulizumab bij patiënten met refractaire gegeneraliseerde myasthenia gravis die positief zijn voor het anti-acetylcholinereceptor-antilichaam. Het geneesmiddel kan tevens ingezet worden bij patiënten die positief testen op antilichamen tegen spierspecifiek receptor tyrosinekinase.
Indicaties
- Hemolytische anemie bij volwassen patiënten met primaire auto-immuun hemolytische anemie met koude antistoffen ('cold agglutinin disease', CAD).
Indicaties
- Gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) als aanvulling op de standaardtherapie bij volwassenen die positief zijn getest op antilichamen tegen acetylcholinereceptor (AChR) of tegen spierspecifiek receptor tyrosinekinase (MuSK).
Doseringen
Controleer de patiënt tot ten minste twee uur na de eerste infusie op klachten en verschijnselen van een infusie- en/of overgevoeligheidsreactie (zie rubriek bijwerkingen). Controleer de patiënt gedurende één uur na de volgende infusie.
Primaire auto-immuun hemolytische anemie met koude antistoffen
Volwassenen (incl. ouderen)
via intraveneuze infusie: lichaamsgewicht ≥ 75 kg: 7500 mg 1×/week gedurende 2 weken, daarna 1×/2 weken met een infusiesnelheid van max.150 ml per uur; lichaamsgewicht 39–75 kg: 6500 mg 1×/week gedurende 2 weken, daarna 1×/2 weken met een infusiesnelheid van max.130 ml per uur. Bij cardiopulmonale aandoeningen in 120 minuten toedienen.
Verminderde nierfunctie: er is geen dosisaanpassing nodig.
Verminderde leverfunctie: er is geen dosisaanpassing nodig.
Gemiste dosis: bij ≤ 17 dagen na de laatste dosis, deze zo snel mogelijk toedienen. Bij >17 dagen na de laatste dosis, de behandeling opnieuw starten met 1×/ week gedurende de eerste twee weken, gevolgd door toediening 1×/ 2 weken.
Toediening
- Alleen toedienen via intraveneuze infusie, niet toedienen als een i.v.-push of bolus.
- Infusie toedienen gedurende 1–2 uur, via een filter van 0,22 micron met een polyethersulfon (PES) membraan.
- Toedienen op de aanbevolen tijdstippen van het doseerschema, of binnen twee dagen na deze tijdstippen.
Doseringen
Controleer op infusie- en overgevoeligheidsreacties gedurende en tot ten minste 15 minuten na de infusie. Bij een ongewenste reactie, infusie stoppen en passende maatregelen nemen. Bij herstel, de infusie hervatten.
Gegeneraliseerde myasthenia gravis
Volwassenen (incl. ouderen)
s.c.-infusie: 1 dosis/week gedurende 6 weken: bij 35 tot 50 kg lichaamsgewicht: 280 mg 1×/week; 50 kg tot 70 kg: 420 mg 1×/week; 70 kg tot 100 kg: 560 mg 1×/week; vanaf 100 kg: 840 mg 1×/week. Daaropvolgende behandelcycli toedienen volgens klinische beoordeling. De frequentie kan per patiënt verschillen (behandelvrij interval meestal 4-13 weken).
Gemiste toediening: Als een geplande infusie is gemist, deze toedienen tot 4 dagen na het geplande tijdstip. Daarna het originele doseerschema hervatten en de behandelcyclus voltooien.
Verminderde nierfunctie: er is geen dosisaanpassing nodig.
Verminderde leverfunctie: er is geen dosisaanpassing nodig.
Toediening
- Subcutaan toedienen als infusie, bij voorkeur in het rechter of linker ondergedeelte van de buik, onder de navel. Niet toedienen in gebieden waar de huid gevoelig, erythemateus of verhard is.
- Toedienen met behulp van een infuuspomp met een constante infusiesnelheid tot 20 ml/uur.
Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): urineweginfectie, cystitis, bovensteluchtweginfectie, (naso)faryngitis, gastro-enteritis, rinitis. Hoofdpijn. Hypertensie, cyanose (gemeld als acrocyanose), fenomeen van Raynaud. Buikpijn, misselijkheid.
Vaak (1-10%): Ondersteluchtweginfectie, urosepsis, Escherichia-urineweginfectie, bacteriële urineweginfectie, bacteriële cystitis, orale herpes, herpes zoster, herpes simplex (viremie). Infusiegerelateerde reacties (binnen 24 uur na start infusie) waaronder koorts, koud gevoel, aura, 'stress'-cardiomyopathie, diarree, dyspepsie en afteuze zweer, en overgevoeligheidsreacties waaronder duizeligheid, hypotensie, ongemak op de borst en jeuk.
Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn (meestal na eerste infusie, binnen 1 tot 4 dagen). Diarree. Koorts.
Vaak (1-10%): bovensteluchtweginfectie (waaronder nasofaryngitis). (Papuleuze en erythemateuze) uitslag, angio-oedeem. Gewrichtspijn. Reactie op de injectieplaats (zoals uitslag, roodheid, ontsteking, ongemak, pijn).
Gemeld is: geneesmiddelgeïnduceerde aseptische meningitis.
Interacties
Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd.
De interactie met substraten van CYP-enzymen is niet onderzocht. Echter, sutimlimab verlaagt bij patiënten de niveaus van pro-inflammatoire cytokinen, zoals IL-6 waarvan bekend is dat het de expressie van specifieke hepatische CYP450-enzymen (CYP1A2, CYP2C9, CYP2C19 en CYP3A4) onderdrukt. Wees daarom voorzichtig bij het starten of stoppen met sutimlimab bij patiënten die ook substraten krijgen van CYP450 3A4, 1A2, 2C9 of 2C19, met name de middelen met een smalle therapeutische index (zoals carbamazepine, fenytoïne en theofylline). Pas zonodig doses aan.
Interacties
Rozanolixizumab kan de concentraties verlagen van stoffen die zich aan de humane neonatale Fc-receptor (FcRn) binden waaronder op IgG-gebaseerde geneesmiddelen (bv. monoklonale antilichamen en intraveneus immunoglobuline (IVIg)) en Fc–peptide-fusie-eiwitten. Deze 2 weken na toediening van rozanolixizumab starten. Bij gelijktijdige toediening letten op verminderde werkzaamheid van deze middelen.
Plasmawisseling (PE), plasmaferese (PP) en intraveneus immunoglobuline (IVIg) kunnen de serumconcentratie van ravulizumab verlagen.
Tijdens de behandeling geen levende of levend verzwakte vaccins gebruiken. Alle andere vaccins ten minste 2 weken na de laatste infusie van een behandelcyclus toedienen en niet binnen 4 weken voor start van de volgende cyclus . Rozanolixizumab geeft een afname in IgG-niveaus. Vaccinatie tijdens behandeling met rozanolixizumab is niet onderzocht; de respons op een vaccin is onbekend.
Zwangerschap
Sutimlimab kan de placenta passeren.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Gebruik ontraden, tenzij strikt noodzakelijk.
Zwangerschap
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Naar verwachting zal de passieve bescherming van de pasgeborene afnemen door verlaagde antilichaamniveaus bij de moeder en remming van de overdracht van maternale antilichamen naar de foetus.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Overweeg risico's en voordelen van toediening van levende of levend verzwakte vaccins aan zuigelingen die in utero zijn blootgesteld aan rozanolixizumab.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: onbekend. Het is bekend dat immunoglobulinen in de moedermelk worden uitgescheiden. Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel óf het geven van borstvoeding ontraden.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: Onbekend. Uitscheiding van maternaal IgG in de moedermelk vindt plaats tijdens de eerste dagen na de geboorte, maar dit neemt daarna snel af tot lage concentraties. Een nadelig effect bij de zuigeling gedurende deze korte periode kan niet worden uitgesloten.
Advies: Weeg het risico van het gebruik van dit geneesmiddel in combinatie met het geven van borstvoeding af.
Contra-indicaties
Er zijn van dit middel geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.
Contra-indicaties
Er zijn geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.
Waarschuwingen en voorzorgen
Infecties kunnen optreden, met name infecties veroorzaakt door ingekapselde bacteriën zoals Neisseria meningitides, Streptococcus pneumoniae en Haemophilus influenza. Ernstige infecties, waaronder sepsis, zijn gemeld. Niet starten bij een actieve, ernstige infectie. Controleer op vroege klachten en verschijnselen van infecties. Informeer de patiënt om onmiddellijk contact op te nemen als dergelijke symptomen zich voordoen. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van hepatitis B, hepatitis C of HIV-infectie. Vóór en tijdens de behandeling moeten patiënten hun arts op de hoogte brengen als ze gediagnosticeerd zijn met hepatitis B, hepatitis C of HIV-infectie.
Vaccineer patiënten volgens de lokale aanbevelingen voor patiënten met aanhoudende complementdeficiënties, waaronder vaccinatie met meningokokken- en streptokokkenvaccins. Vaccineer patiënten opnieuw. Immuniseer patiënten zonder een voorgeschiedenis van vaccinatie tegen gekapselde bacteriën ten minste 2 weken vóór de eerste dosis sutimlimab. Dien vaccin(s) zo snel mogelijk toe bij een niet-gevaccineerde patiënt wanneer behandeling urgent is. De voordelen en risico’s van antibioticaprofylaxe om infecties te voorkomen zijn niet vastgesteld.
Overgevoeligheidsreacties waaronder anafylaxie kunnen optreden na toediening van een eiwitproduct. In klinische studies werden geen ernstige overgevoeligheidsreacties waargenomen. Staak behandeling bij optreden van een overgevoeligheidsreactie en start met geschikte behandeling.
Infusiegerelateerde reacties kunnen ontstaan, tijdens of onmiddellijk na de infusie. Controleer hierop; onderbreek de infusie bij het optreden van een reactie en start een geschikte behandeling.
Wees voorzichtig met gebruik bij systemische lupus erythematodes (SLE). Personen met een erfelijke klassieke complementdeficiëntie lopen een hoger risico op het krijgen van SLE. Controleer op klachten en verschijnselen van SLE.
Monitor op CAD-manifestaties na het stoppen van de behandeling. De effecten op hemolyse verminderen na het einde van de behandeling.
Hulpstof: Wees voorzichtig met natrium bij een natriumarm dieet.
Waarschuwingen en voorzorgen
Bij behandeling van myasthene crisis, de volgorde van mogelijke behandelingen voor MG-crisis en rozanolixizumab en hun mogelijke interacties overwegen, zie Interacties. Behandeling met rozanolixizumab bij een dreigende of manifeste myasthene crisis is niet onderzocht.
Bij symptomen van een aseptische meningitis (hoofdpijn, koorts, stijve nek, misselijkheid, braken), diagnostiek en behandeling starten. Er is geneesmiddelgeïnduceerde aseptische meningitis gemeld na behandeling met rozanolixizumab.
Niet starten bij een actieve infectie, tot de infectie is verdwenen of voldoende is behandeld. Controleer op symptomen van infectie tijdens de behandeling. Overweeg de behandeling uit te stellen als een klinisch belangrijke actieve infectie optreedt, totdat deze is verdwenen. Rozanolixizumab kan door een tijdelijke daling van IgG-concentraties het risico op infecties verhogen.
Vaccinatie met levende of levend verzwakte vaccins wordt afgeraden tijdens de behandeling. Zie rubriek Interacties.
Er kunnen zich antilichamen tegen het geneesmiddel (ADA) ontwikkelen. Ongeveer 27% van de patiënten ontwikkelden na de eerste cyclus anti-rozanolixizumab-antilichamen, waarvan ca. 10.3% neutraliserend was. Na 5 cycli nam het toe tot ca. 65% respectievelijk 50%. Neutraliserende anti-rozanolixizumab-antilichamen verminderden de plasmablootstelling met ca. 24%, zonder merkbare impact op werkzaamheid of veiligheid.
De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar. Er zijn weinig gegevens bij licht tot matig verminderde nierfunctie (eGFR > 45 ml/min/1,73 m2). Er zijn geen gegevens bij ernstige verminderde nierfunctie of bij een verminderde leverfunctie.
Overdosering
Neem voor (meer) informatie over een vergiftiging met sutimlimab contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Overdosering
Neem voor informatie over een vergiftiging met rozanolixizumab contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Eigenschappen
Sutimlimab is een humaan monoklonaal IgG4-antilichaam, geproduceerd in ovariumcellen van de Chinese hamster (CHO) door middel van DNA-recombinanttechniek. Het remt de klassieke complementroute en bindt zich specifiek aan complementeiwitcomponent 1, s subcomponent (C1s); een serineprotease die C4 splitst. De activiteiten van de lectine- en alternatieve complementroutes worden niet geremd. Het voorkomt afzetting van complementopsonines op het oppervlak van rode bloedcellen. Hierdoor remt het hemolyse bij patiënten met CAD en voorkomt het het genereren van de pro-inflammatoire anafylatoxinen C3a en C5a en het downstream terminale complementcomplex C5b-9.
Kinetische gegevens
V d | 0.08 l/kg. |
Metabolisering | op dezelfde manier als endogeen immunoglobuline, via intracellulair katabolisme tot kleine peptiden en aminozuren. |
T 1/2el | 16 dagen. |
Overig | lichaamsgewicht en etniciteit (Japans versus niet-Japans) beïnvloeden de farmacokinetiek, resp. lagere blootstelling bij hoger lichaamsgewicht en hogere blootstelling bij Japanse proefpersonen dan bij niet-Japanse deelnemers (na 30 tot 100 mg/kg tot 38 % hoger). |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Eigenschappen
Rozanolixizumab is een recombinant, gehumaniseerd IgG4 monoklonaal antilichaam gericht tegen de humane neonatale Fc-receptor. Het verlaagt de IgG-concentratie in serum door de binding van IgG aan de FcRn te remmen. Via hetzelfde mechanisme verlaagt rozanolixizumab de concentratie van pathogene IgG-autoantilichamen bij gMG. Gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) kenmerkt zich door vorming van IgG-antilichamen tegen de acetylcholinereceptor (AChR) of tegen spierspecifiek receptor tyrosinekinase (MuSK ).
Kinetische gegevens
F | ca. 70% |
T max | ca. 2 dagen. |
V d | 0,1 l/kg. |
Metabolisering | afbraak tot kleine peptiden en aminozuren via katabole routes, op een manier die vergelijkbaar is met endogeen IgG. |
T 1/2el | De halfwaardetijd van rozanolixizumab is concentratie-afhankelijk. Rozanolixizumab-plasmaconcentraties zijn niet meer detecteerbaar binnen een week na toediening. |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Groepsinformatie
sutimlimab hoort bij de groep immunosuppressiva, selectieve.
- abatacept (L04AA24) Vergelijk
- anifrolumab (L04AG11) Vergelijk
- apremilast (L04AA32) Vergelijk
- avacopan (L04AJ05) Vergelijk
- baricitinib (L04AF02) Vergelijk
- belatacept (L04AA28) Vergelijk
- belimumab (L04AG04) Vergelijk
- danicopan (L04AJ09) Vergelijk
- deucravacitinib (L04AF07) Vergelijk
- eculizumab (L04AJ01) Vergelijk
- everolimus (bij transplantatie) (L04AH02) Vergelijk
- filgotinib (L04AF04) Vergelijk
- imlifidase (L04AA41) Vergelijk
- inebilizumab (L04AG10) Vergelijk
- leflunomide (L04AK01) Vergelijk
- mycofenolaatmofetil (L04AA06) Vergelijk
- mycofenolzuur (L04AA06) Vergelijk
- pegcetacoplan (L04AJ03) Vergelijk
- ravulizumab (L04AJ02) Vergelijk
- ritlecitinib (L04AF08) Vergelijk
- rozanolixizumab (L04AG16) Vergelijk
- sirolimus (L04AH01) Vergelijk
- thymocytenglobuline (L04AA04) Vergelijk
- tofacitinib (L04AF01) Vergelijk
- upadacitinib (L04AF03) Vergelijk
- vedolizumab (L04AG05) Vergelijk
Groepsinformatie
rozanolixizumab hoort bij de groep immunosuppressiva, selectieve.
- abatacept (L04AA24) Vergelijk
- anifrolumab (L04AG11) Vergelijk
- apremilast (L04AA32) Vergelijk
- avacopan (L04AJ05) Vergelijk
- baricitinib (L04AF02) Vergelijk
- belatacept (L04AA28) Vergelijk
- belimumab (L04AG04) Vergelijk
- danicopan (L04AJ09) Vergelijk
- deucravacitinib (L04AF07) Vergelijk
- eculizumab (L04AJ01) Vergelijk
- everolimus (bij transplantatie) (L04AH02) Vergelijk
- filgotinib (L04AF04) Vergelijk
- imlifidase (L04AA41) Vergelijk
- inebilizumab (L04AG10) Vergelijk
- leflunomide (L04AK01) Vergelijk
- mycofenolaatmofetil (L04AA06) Vergelijk
- mycofenolzuur (L04AA06) Vergelijk
- pegcetacoplan (L04AJ03) Vergelijk
- ravulizumab (L04AJ02) Vergelijk
- ritlecitinib (L04AF08) Vergelijk
- sirolimus (L04AH01) Vergelijk
- sutimlimab (L04AJ04) Vergelijk
- thymocytenglobuline (L04AA04) Vergelijk
- tofacitinib (L04AF01) Vergelijk
- upadacitinib (L04AF03) Vergelijk
- vedolizumab (L04AG05) Vergelijk