Samenstelling
Qalsody XGVS Aanvullende monitoring Biogen Netherlands
- Toedieningsvorm
- Injectievloeistof
- Sterkte
- 6,7 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- flacon 15 ml
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Samenstelling
Amvuttra (als natriumzout) XGVS Aanvullende monitoring Alnylam Netherlands bv
- Toedieningsvorm
- Injectievloeistof
- Sterkte
- 50 mg/ml
- Verpakkingsvorm
- wegwerpspuit 0,5 ml
Uitleg symbolen
XGVS | Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS). |
OTC | 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. |
Bijlage 2 | Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. |
Aanvullende monitoring | Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb. |
Advies
Voor dit middel is geen advies vastgesteld.
Advies
Vutrisiran en patisiran kunnen worden toegepast bij volwassenen met erfelijke transthyretineamyloïdose en polyneuropathie in stadium 1 en 2 (ATTRv-PN). Bij volwassenen met ATTRv-PN zorgen zowel vutrisiran als patisiran vergeleken met placebo voor een klinisch relevante vermindering van de ernst en symptomen van neuropathie en voor een klinisch relevante verbetering van het loopvermogen en de kwaliteit van leven. Er zijn geen klinisch relevante verschillen tussen beide geneesmiddelen.
Indicaties
ALS, geassocieerd met een mutatie in het superoxidedismutase 1-gen (SOD1-gen).
Gerelateerde informatie
Indicaties
- Erfelijke transthyretine-gemedieerde amyloïdose (hATTR-amyloïdose) bij volwassenen met polyneuropathie in stadium 1 of stadium 2.
Doseringen
Vooraf: overweeg sedatie indien nodig.
Volwassenen (incl. ouderen)
Intrathecaal: 100 mg per keer gedurende 1-3 min.; start met 3 oplaaddoses van 100 mg met een tussenperiode van telkens 14 dagen; vervolgens 100 mg als onderhoudsdosis om de 28 dagen.
Vergeten dosis: Bij vergeten van de tweede oplaaddosis deze zo snel mogelijk toedienen en vervolgens de derde oplaaddosis 14 dagen later toedienen. Bij vergeten van de derde oplaaddosis deze zo snel mogelijk toedienen en vervolgens de eerste onderhoudsdosis 28 dagen later toedienen. Bij vergeten van een onderhoudsdosis deze zo snel mogelijk toedienen en vervolgens de volgende onderhoudsdosis 28 dagen later toedienen.
Toediening
- Onverdund, intrathecaal door middel van lumbaalpunctie.
- Vóór toediening ongeveer 10 ml cerebrospinaal vocht (CSV) met een naald voor lumbaalpunctie optrekken.
- Overweeg indien nodig beeldvormende technieken als hulpmiddel bij de intrathecale toediening.
- Controleer de patiënt na injectie voor reacties op de lumbaalpunctie.
Doseringen
De behandeling zo vroeg mogelijk na het optreden van symptomen starten. Weeg de beslissing om de behandeling voort te zetten bij patiënten bij wie de ziekte zich ontwikkelt tot polyneuropathie stadium 3 af op basis van het algeheel voordeel en evaluatie van het risico.
hATTR-amyloïdose
Volwassenen (incl. ouderen)
25 mg s.c. 1× per 3 maanden. Geef tijdens de behandeling ook vitamine A-suppletie: tot max. ca. 2500–3000 IE retinol per dag.
Leverinsufficiëntie: Er is geen dosisaanpassing nodig bij milde leverinsufficiëntie (bilirubine ≤ 1×ULN en ASAT > 1×ULN of bilirubine > 1,0 tot 1,5×ULN en elke ASAT). Er zijn geen gegevens bij matige of ernstige leverinsufficiëntie; alleen gebruiken indien het verwachte klinische voordeel opweegt tegen het mogelijke risico.
Nierinsufficiëntie: Er is geen dosisaanpassing nodig bij milde of matige nierinsufficiëntie (eGFR ≥ 30 tot < 90 ml/min/1,73 m²). Er zijn geen gegevens bij ernstige nierinsufficiëntie of terminale nierziekte; alleen gebruiken indien het verwachte klinische voordeel opweegt tegen het mogelijke risico.
Een gemiste dosis zo snel mogelijk alsnog toedienen. De toedieningsfrequentie van elke 3 maanden vanaf dat moment voortzetten.
Toediening
- De voorgevulde spuit ongeveer 30 minuten vóór de toediening uit de koelkast halen.
- De s.c.-injectie is gebruiksklaar voor eenmalig gebruik op de buik, bovenbenen of bovenarmen; bij injectie in de buik het gebied rond de navel vermijden.
- Niet injecteren in littekenweefsel of gebieden die rood verkleurd, ontstoken of gezwollen zijn.
Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): (rug)pijn (66%), artralgie (34%), vermoeidheid (29%), CSV wittebloedceltelling verhoogd (27%), CSV eiwit verhoogd (27%), myalgie, koorts.
Vaak (1-10%): papiloedeem, verhoogde intracraniale druk, neuralgie, aseptische meningitis, radiculitis, myelitis, skeletspierstijfheid.
Verder: bijwerkingen die vaak samengaan met een lumbaalpunctie zijn hoofdpijn, rugpijn, postlumbaalpunctiesyndroom, infectie.
Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): Artralgie. Pijn in extremiteit.
Vaak (1-10%): Dyspneu. Injectieplaatsreacties, met symptomen zoals blauwe plek, erytheem, pijn, jeuk en warmte. Stijging alkalische fosfatase in het bloed.
Interacties
Interactie met andere intrathecale geneesmiddelen is niet onderzocht.
Interactie met middelen die een interactie vertonen met CYP-gemedieerde metabole routes is niet aannemelijk.
Interacties
Er zijn van dit middel geen interacties bekend.
Zwangerschap
Teratogenese: Bij de mens geen gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Gebruik ontraden.
Overig: Vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten effectieve anticonceptie gebruiken tijdens de behandeling.
Zwangerschap
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens. Behandeling met vutrisiran verlaagt de concentratie van vitamine A. Zowel te hoge als te lage vitamine A-niveaus kunnen in verband worden gebracht met een groter risico op foetale misvorming.
Advies: Gebruik ontraden. Bij een ongeplande zwangerschap vutrisiran staken. Controleer niveaus van vitamine A en TSH bij de moeder, en controleer de foetus nauwlettend, met name gedurende het 1e trimester. Niet duidelijk is of het beter is de vitamine A-suppletie tijdens het 1e trimester van een ongeplande zwangerschap voort te zetten of te staken. Als vitamine A-suppletie wordt voortgezet, is de max. dosis 3.000 IE per dag. Hervat in het 2e en 3e trimester vitamine A-suppletie met 2.500 tot 3.000 IE per dag als de serumconcentratie van vitamine A nog niet naar de normale waarden is teruggekeerd, vanwege het verhoogde risico op vitamine A-deficiëntie in het 3e trimester.
Overige: Sluit vóór aanvang van de behandeling zwangerschap uit. Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens de behandeling. Bij zwangerschapswens het gebruik van vutrisiran en vitamine A-suppletie staken, en wachten totdat het vitamine A-niveau is genormaliseerd. Dit kan langer dan 12 maanden duren.
Zie ook het advies onder retinol.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: Bij de mens onbekend. Ja, bij dieren.
Farmacologisch effect: bij de mens: geen gegevens. Risico voor pasgeborenen/zuigelingen kan niet worden uitgesloten
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.
Lactatie
Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.
Contra-indicaties
Er zijn van dit middel geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.
Contra-indicaties
Van dit geneesmiddel zijn geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.
Waarschuwingen en voorzorgen
Als symptomen van ernstige myelitis, radiculitis en verhoogde intracraniale druk en/of papiloedeem optreden, deze beoordelen en behandelen.
Overweeg vóór toediening van tofersen bloedplaatjes en stolling te testen, omdat na s.c. of i.v.-toediening van antisense-oligonucleotiden (ASO) trombocytopenie en stollingsafwijkingen zijn opgetreden, waaronder acute ernstige trombocytopenie.
Laat een test uitvoeren op eiwit in urine (bij voorkeur op een monster van de eerste ochtendurine), indien dit klinisch is geïndiceerd, omdat na s.c.- of i.v.-toediening van ASO renale toxiciteit is waargenomen. Overweeg bij aanhoudend verhoogde eiwitwaarden in urine verdere evaluatie.
Onderzoekgegevens: Tofersen is niet onderzocht bij patiënten met een nierfunctiestoornis of een leverfunctiestoornis. De veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij kinderen < 18 j.
Wijs patiënten die tijdens behandeling een visuele stoornis ontwikkelen erop dat zij geen voertuig mogen besturen of machines mogen bedienen.
Waarschuwingen en voorzorgen
Door het verlagen van serum-TTR-eiwit leidt behandeling met vutrisiran tot een lagere serumconcentratie van vitamine A (retinol). Geef tijdens de behandeling vitamine A-suppletie (zie rubriek Doseringen), om oculaire toxiciteit door vitamine A-deficiëntie te voorkomen. Corrigeer voorafgaand aan de behandeling een te lage concentratie van vitamine A en beoordeel oogklachten of andere tekenen van vitamine A-deficiëntie. Verwijs voor oftalmologisch onderzoek bij ontstaan van oogklachten die wijzen op vitamine A-deficiëntie (zoals nachtblindheid, aanhoudend droge ogen, oogontsteking, hoornvliesontsteking, -verdikking, -perforatie).
De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 18 jaar zijn niet vastgesteld.
Overdosering
Neem voor informatie over een vergiftiging met tofersen contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Overdosering
Neem voor informatie over een vergiftiging met vutrisiran contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
Eigenschappen
Antisense-oligonucleotide (ASO) dat de genexpressie van SOD1-ALS kan remmen. Mutaties in het SOD1-gen leiden tot accumulatie van een toxische vorm van het SOD1-eiwit. Tofersen is complementair aan een deel van de 3' UTR (niet-coderend gebied aan het 3'-uiteinde) van het mRNA voor humaan SOD1 en bindt aan het overeenkomstige mRNA via hybridisatie. Dit leidt tot RNase-H-gemedieerde degradatie van het mRNA voor SOD1, waardoor de synthese van de hoeveelheid SOD1-eiwit vermindert.
Tofersen is geregistreerd als weesgeneesmiddel onder ‘uitzonderlijke voorwaarden'; vanwege de zeldzaamheid van de ziekte was het niet mogelijk om volledige informatie over dit geneesmiddel te verkrijgen.
Kinetische gegevens
Resorptie | na intrathecale toediening is er uitbebreide distributie in weefsels van het centraal zenuwstelsel (CZS). Vanuit het CZS gaat tofersen snel over naar de systemische circulatie. |
T max | 2-6 uur. |
V d | 0,58-0,72 l/kg. |
Eiwitbinding | ≥ 98% |
Metabolisering | door exonuclease (3'- en 5')-gemedieerde hydrolyse. |
Eliminatie | primair met de urine (onveranderd en als metabolieten). |
T 1/2el | niet gemeten bij de mens; bij apen 31-40 dagen (in csz weefsel) |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Eigenschappen
Dubbelstrengs siRNA (klein interfererend RNA) dat specifiek gericht is op variant en wildtype TTR-mRNA. Vutrisiran is covalent gebonden aan een ligand met drie residuen van N-acetylgalactosamine (GalNAc) om afgifte van het siRNA aan hepatocyten mogelijk te maken. Via RNA-interferentie (RNAi) veroorzaakt vutrisiran de katalytische afbraak van TTR-mRNA in de lever, wat resulteert in een reductie van het variant en wildtype serum-TTR-eiwit.
Kinetische gegevens
Resorptie | snel. |
T max | 3 uur. |
V d | 0,15 l/kg. |
Metabolisering | Vutrisiran wordt door nucleasen tot nucleotiden van verschillende lengtes gemetaboliseerd in de lever. |
Eliminatie | 15–25% onveranderd met de urine. |
T 1/2el | 5,2 uur. |
Uitleg afkortingen
F | biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt) |
T max | tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening |
V d | verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam) |
T 1/2 | plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren) |
T 1/2el | plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd |
Groepsinformatie
tofersen hoort bij de groep middelen voor het zenuwstelsel, overige.
Groepsinformatie
vutrisiran hoort bij de groep middelen voor het zenuwstelsel, overige.