artrose
Advies
Behandeling van artrose bestaat primair uit oefentherapie. Bij mensen met artrose van de knie en overgewicht is gewichtsreductie aan te bevelen. Medicamenteuze therapie begint met intermitterend gebruik van paracetamol en/of een cutane NSAID, waarbij de voorkeur afhangt van de lokatie van de artrose. Bij onvoldoende effect kan intermitterend een oraal NSAID worden toegepast (diclofenac, ibuprofen of naproxen). Incidenteel is een intra-articulaire injectie met een corticosteroïd mogelijk, als bovengenoemde middelen onvoldoende effectief of gecontra-indiceerd zijn. Overweeg in de tweedelijnszorg, afhankelijk van het aangedane gewricht (zie behandelplan), (offlabel) toepassing van duloxetine, predniso(lo)n, intra-articulair hyaluronzuur of eventueel tramadol.
Behandelplan
Richtlijnen over artrose beperken zich vaak tot één (bv. hand) of twee (heup en knie) lokaties. De lokaties waarvoor de uitspraken gelden, staan zo veel mogelijk vermeld in deze tekst. Voor artrose van schouder, wervelkolom e.a. is geen specifieke richtlijn beschikbaar en deze vormen worden daarom niet expliciet genoemd in deze tekst.
-
Bespreek niet-medicamenteus beleid
Geef informatie en educatie over artrose bij patiënten met symptomatische artrose, en besteed hierbij aandacht aan ten minste de volgende onderwerpen 4:
- aard van artrose;
- oorzaken van artrose;
- consequenties van artrose (met betrekking tot leefstijl, werk- en sportbelasting, balans tussen belasting en belastbaarheid);
- prognose van artrose; leg uit dat het beloop wisselend is en dat perioden met veel klachten worden afgewisseld met perioden met weinig klachten 2;
- voor- en nadelen van de relevante behandelopties incl. gebruik van geneesmiddelen;
- mogelijkheden en belang van zelfmanagement;
- voordelen van een gezond gewicht en voldoende bewegen;
- loophulpmiddelen, indien geïndiceerd (zoals wandelstok, rollator).
Evalueer niet-medicamenteuze behandelingen na drie maanden 2 4.
Verwijs zo nodig, bv. naar een fysio- of ergotherapeut 1.
Combineer bij onvoldoende resultaat met stap 2.
Toelichting
-
Intermitterend: NSAID cutaan of paracetamol oraal
Voorkeur is afhankelijk van de lokatie
- Hand: volgens het NHG: paracetamol en/of cutaan NSAID 7; volgens de NVR: voorkeur voor NSAID cutaan 1.
- Knie: paracetamol oraal of NSAID cutaan. Combineer een cutane NSAID eventueel met paracetamol 4, of pas het toe bij een tijdelijke verergering 2.
- Heup: paracetamol oraal 4.
Evalueer na 2 weken 2 4. Overweeg afbouwen of stoppen.
Voor milieu-aspecten, zie Toelichting.
Ga bij onvoldoende resultaat naar stap 3.
Toelichting
-
Overweeg intermitterend NSAID oraal
In de praktijk combineert men het NSAID wel met paracetamol, in de hoop te kunnen volstaan met een lagere dosering van het NSAID, met gelijkblijvend effect maar minder kans op bijwerkingen.
Evalueer na 10–14 dagen 4.
Bespreek de mogelijkheden om medicatie af te bouwen en geef een stoppoging in overweging.
Overweeg bij onvoldoende effect, wisselen naar een ander voorkeurs-NSAID 4.
Ga bij onvoldoende resultaat naar stap 4.
Let op
Toelichting
-
Overweeg corticosteroïd injectie intra-articulair
- betamethason (systemisch)
- dexamethason(systemisch)
- methylprednisolon
- triamcinolonacetonide (systemisch)
Ga bij onvoldoende resultaat naar stap 5.
Let op
Toelichting
-
Overweeg alternatieven (tweedelijnszorg)
Duloxetine (offlabel)
Overweeg bij patiënten met ernstige en chronische pijn als gevolg van heup- of knieartrose bij wie de reguliere pijnmedicatie niet voldoet, een proefbehandeling met duloxetine. De NOV-richtlijn geeft geen specifiek doseringsadvies voor duloxetine bij artrose 4.
Hyaluronzuur-injectie
Overweeg, als de standaardbehandeling onvoldoende effect heeft, intra-articulaire hyaluronzuurinjecties bij artrose van de knie 10.
Bij artrose van de duimbasis kan een intra-articulaire injectie met hyaluronzuur kortdurend effect hebben 3.
Prednisolon (systemisch), prednison (beide offlabel)
Overweeg bij handartrose alleen bij een inflammatoir beeld van de PIP en DIP gewrichten een lage dosering predniso(lo)n kortdurend (enkele weken) 1.
De NOV-richtlijn geeft behandeling met tramadol in overweging bij heup- of knieartrose waarbij paracetamol en NSAID’s onvoldoende effectief of gecontra-indiceerd zijn. De richtlijn geeft geen specifiek doseringsadvies voor artrose 4.
Chirurgie
Verwijs bij een (waarschijnlijkheids-)indicatie voor gewrichtsvervanging naar de orthopedisch chirurg 4.
Pijncentrum
Verwijs bij ontbreken van een (waarschijnlijkheids-)indicatie voor gewrichtsvervanging naar een pijnbehandelcentrum met specifieke expertise op het gebied van de behandeling van mensen met chronische pijnklachten van het bewegingsapparaat 4.
Let op
Toelichting
Capsaïcine wordt bij handartrose cutaan toegepast, maar niet aanbevolen wegens onvoldoende gegevens: de lokale bijwerkingen verstoorden blindering bij de placebogecontroleerde studies 1.
De NVR raadt conventionele DMARDS (bv. hydroxychloroquine, methotrexaat, colchicine) of biological DMARD's zoals verschillende TNFα-remmers, IL1-remmers) af bij handartrose, vanwege onvoldoende effectiviteit 1.
Glucosamine, chondroïtine: het NHG ontraadt het gebruik van voedingssupplementen zoals glucosamine en chondroïtine. Er is veel onzekerheid over het bestaan van klinisch relevante voordelen in vergelijking met placebo, voor alle cruciale uitkomstmaten zoals pijn, functioneren, bijwerkingen en kwaliteit van leven 2. Bij knie- en heupartrose laat onderzoek geen klinisch relevante verbetering van klachten zien. In de tweedelijnszorg kan, met inachtneming dat het beschikbare bewijs voor effectiviteit beperkt is, chondroïtine overwogen worden bij handartrose 1. Voor de toepassing van glucosamine bij duimbasisartrose of handartrose ontbreken gegevens 3.
Opioïden: er is voor artrose op grond van de 'evidence' vrijwel geen plaats voor sterkwerkende opioïden. Een Cochrane-meta-analyse uit 2014 liet slechts een geringe en niet klinisch relevante meerwaarde ten opzichte van placebo zien, terwijl er wel aanzienlijke bijwerkingen waren. Ophogen van de dosis leek geen grotere effecten te bewerkstelligen, en langer gebruik verminderde zelfs de effecten 4. Vanwege een verhoogd risico op onder meer overmatig gebruik, gewenning en dosisescalatie, overdosering en afhankelijkheid is terughoudendheid gewenst bij het voorschrijven van opioïden bij chronische pijn. Dit geldt in het bijzonder voor chronische, niet aan kanker gerelateerde pijn. Al met al beperken de bijwerkingen, de geringe effecten, en het risico op verslaving het gebruik van opioïden bij artrosepatiënten. Het NHG raadt opioïden af bij knie-artrose 2.
Voor pregabaline bestaan onvoloende gegevens om een uitspraak te kunnen doen over toepassing bij handartrose 1.
Transdermale steroïden: er is geen plaats voor transdermale applicatie van steroïden in de behandeling van duimbasisartrose. Studies die zijn verricht naar transdermale applicatie van steroïden ter plaatse van de elleboog en voet lieten evenmin een duidelijk voordeel hiervan zien 3.
Intra-articulaire bloedplaatjes: pas bij artrose geen intra-articulaire bloedplaatjes (PRP)-injecties toe, omdat er geen onderbouwing is voor effectiviteit 5.
Achtergrond
Definitie
Artrose is een aandoening die zich uit in aan activiteit gerelateerde gewrichtspijn, stijfheid en functiebeperking 7.
Artrose kenmerkt zich door een langzaam en wisselend progressief verlies van gewrichtskraakbeen. Ook kunnen veranderingen plaatsvinden van het subchondrale bot en kan woekering van het bot aan de gewrichtsranden optreden (vorming van osteofyten). Periodiek kan het synoviale membraan geprikkeld zijn, met gewrichtsontsteking als gevolg 6.
Een voorbijgaande ontstekingsreactie, die gepaard gaat met pijn, zwelling en eventueel temperatuurverhoging van het gewricht, wordt ook wel een ‘flare’ genoemd 6.
Symptomen
Artrose is de meest voorkomende aandoening van het houdings- en bewegingsapparaat. Artrose komt het meest frequent voor in de heup en de knie 6.
Pijn is voor de meeste mensen het belangrijkste symptoom (van heup- en/of knieartrose). Deze pijn treedt aanvankelijk op bij het beginnen met bewegen en bij langdurig belasten; de pijn neemt vaak toe naarmate de dag vordert. In latere fasen is er vaak ook pijn in rust en nachtelijke pijn 6.
Stijfheid bij artrose is meestal startstijfheid, die na enkele minuten en na het in beweging komen, verdwijnt 6.
Bewegingsbeperking kan voorkomen, bij de heup is dit met name bij de endorotatie. Ook deformatie en standsverandering kunnen voorkomen 6.
Karakteristiek voor artrose zijn crepitaties die worden gehoord en gevoeld. Waarschijnlijk worden deze veroorzaakt door ruwe gewrichtsoppervlakken en benige verdikkingen (osteofyten) aan de gewrichtsranden, die langs de ligamenten strijken 6.
Aan de gewrichtsranden kunnen benige zwellingen worden gepalpeerd, die gevoelig zijn bij druk. Naast benige zwelling kan er sprake zijn van weke-delenzwelling of intra-articulaire zwelling (hydrops of synovitis) 6.
Bij artrose aan de hand komen benige verdikkingen voor bij de proximale of distale vingergewrichten. Artrose komt ook voor aan de duimbasis of aan de radiale zijde van de pols.
Behandeldoel
Doel van de behandeling is behoud van de functie van het aangedane gewricht en verbetering en/of behoud van het algemeen dagelijks functioneren, en daarmee van de kwaliteit van leven. Symptomatische pijnbestrijding kan deel uitmaken van de behandeling, maar wegnemen van de pijn is niet altijd mogelijk en is niet het primaire behandeldoel.
Uitgangspunten
Pijnmedicatie is slechts één van de mogelijke interventies bij patiënten met artrose. Bij artrose draait de (conservatieve) aanpak om:
- educatie, voorlichting, leefstijladviezen;
- gezonde lichaamsbeweging, oefentherapie;
- gewichtsafname bij overgewicht (met name bij artrose van de knie);
- pijnmedicatie.
Vaak worden verschillende van deze interventies gedurende een bepaalde periode gelijktijdig toegepast. Hiervoor zijn ‘stepped-care’-modellen beschikbaar 6. Meer informatie over stepped-care is te vinden in de Zorgstandaard chronische pijn 11. Er is ook een keuzekaart beschikbaar voor (uitleg aan de patiënt met) artrose aan de knie, zie de Keuzehulp: Artrose in de knieonderaan.
Als conservatieve behandeling niet mogelijk of niet voldoende effectief is, is verwijzing naar de tweedelijnszorg aangewezen, bv. voor een operatieve ingreep.
Opmerking: Richtlijnen beperken zich veelal tot één (bv. duimbasis) of twee (heup en knie) lokaties. De lokaties waarvoor de uitspraken gedaan zijn, staan zo veel mogelijk vermeld in deze tekst, en blijken ook uit de bron die is toegevoegd. Voor artrose van de schouder, wervelkolom e.a. is geen specifieke richtlijn beschikbaar en deze vormen worden daarom niet expliciet genoemd in deze tekst.
Geneesmiddelen
aceetanilidederivaten Toon kosten
corticosteroïden, systemisch Toon kosten
- betamethason (systemisch)
- dexamethason (systemisch)
- methylprednisolon
- prednisolon (systemisch) (off-label)
- prednison (off-label)
- triamcinolonacetonide (systemisch)
coxib's Toon kosten
glucosamine (groep) Toon kosten
NSAID's, cutaan Toon kosten
NSAID's, systemisch Toon kosten
- aceclofenac
- diclofenac (systemisch)
- ibuprofen (systemisch)
- indometacine (systemisch)
- meloxicam
- nabumeton
- naproxen
NSAID's met maagbeschermer Toon kosten
opioïden Toon kosten
serotonineheropnameremmers, niet-selectief Toon kosten
Vergelijken
Zie ook
Geneesmiddelgroep
- aceetanilidederivaten
- corticosteroïden, systemisch
- coxib's
- glucosamine (groep)
- NSAID's, cutaan
- NSAID's, systemisch
- NSAID's met maagbeschermer
- opioïden
- serotonineheropnameremmers, niet-selectief
Bronnen
- 1 NVR. Behandeling van handartrose, 2023. Via richtlijnendatabase.nl.
- 2 NHG-Standaard Niet-traumatische knieklachten. 2016, aanpassing 2020. Via richtlijnen.nhg.org.
- 3 NVPC. Richtlijn Primaire artrose van de duimbasis, 2015. Via richtlijnendatabase.nl.
- 4 NOV. Richtlijn Conservatieve behandeling van artrose in heup of knie, 2018. Via richtlijnendatabase.nl.
- 5 NOV. Standpunt PRP injecties bij artrose, 2018. Via orthopeden.org.
- 6 KNGF. Richtlijn Artrose heup-knie, 2018. Via kennisplatformfysiotherapie.nl
- 7 NHG-Standaard Hand- en polsklachten. 2021, aanpassing januari 2024. Via richtlijnen.nhg.org.
- 8 NHG-Standaard Pijn. 2018, aanpassing september 2024. Via richtlijnen.nhg.org.
- 9 Ephor. Pijn. Geraadpleegd december 2020, via ephorapp.nl.
- 10 NOV. Standpunt hyaluronzuur bij artrose knie, 2019. Via orthopeden.org.
- 11 Zorgstandaard Chronische pijn, 2017. Via pijnalliantieinnederland.nl.