Advies
De belangrijkste niet-medicamenteuze adviezen bij astma zijn stoppen met roken en zorgen voor een rookvrije omgeving. Verder is het vermijden van expositie aan allergenen en andere prikkels van groot belang, met name bij allergisch astma.
Bij volwassenen is de basis van de medicamenteuze behandeling een inhalatiecorticosteroïde (ICS), al dan niet in combinatie met een langwerkend β2-sympathicomimeticum (LABA). Het indicatiegebied voor gebruik van een kortwerkend β2-sympathicomimeticum (SABA) is beperkt; alleen bij zeer weinig frequente astmaklachten (≤ 2×/week overdag) of bij inspanningsklachten is 'zo nodig'-gebruik (max. 2×/week) van een SABA geïndiceerd.
Bij kinderen bestaat de behandeling bij weinig frequente klachten (≤ 2×/week overdag) of bij inspanningsklachten uit ‘zo nodig’-gebruik een SABA; bij frequentere klachten deze behandeling combineren met een onderhoudsbehandeling ICS.
Advies
Geef bij een ernstige longaanval van astma bij volwassenen en kinderen (die ABCDE-stabiel zijn) salbutamol en eventueel bij volwassenen ook ipratropium. Geef tevens een orale predniso(lo)nkuur.
Start bij een minder ernstige longaanval van astma bij volwassenen een kortwerkend β2-sympathicomimeticum (SABA) of verhoog de dosis. Overweeg daarnaast te starten met inhalatiecorticoteroïde (ICS) of formoterol-ICS of verhoog de dosis. Overweeg een orale predniso(lo)nkuur op basis van eerdere ervaring.
Behandelplan
Onderhoudsbehandeling bij volwassenen
-
Bespreek niet-medicamenteus beleid
Adviseer:
- stoppen met roken, zie ook Stoppen met roken;
- vermijden van passief roken;
- vermijden van het gebruik van een e-sigaret;
- vermijden van allergische prikkels (bij positieve test) en niet-allergische prikkels (bij bronchiale hyperreactiviteit);
- voldoende beweging;
- gewichtsreductie bij overgewicht.
Verwijs de patiënt voor meer informatie naar Thuisarts.nl
Combineer niet-medicamenteuze adviezen met een medicamenteuze behandeling.
Ga naar stap 2a of 2b bij zeer weinig klachten (< 2×/week overdag); ga anders naar stap 3a of stap 3b, zie ook toelichting.
Toelichting
-
Behandeling alléén bij incidentele klachten (< 2×/week overdag)
-
Start ‘zo nodig’-gebruik van een kortwerkend β2-sympathicomimeticum (SABA)
Kies één van de volgende middelen:
Let op: Bij een tekort aan dosisaerosolen van salbutamol wordt, waar mogelijk, inhalatiepoeder aanbevolen. Zie voor meer informatie en alternatieven het NHG-advies Adviezen over tekort salbutamol (april 2024).
Gebruik 'zo nodig' (max. 2×/week), óók voor toepassing ter preventie van inspanningsklachten bij frequente sporters.
Gebruik tevens bij inspanningsklachten 10–15 min voor de inspanning.
Controleer in de instelfase elke 2–6 weken.
Ga bij ieder consult de frequentie SABA-gebruik na om overmatig gebruik tegen te gaan.
Ga naar stap 3, als > 2×/week ‘zo nodig’-medicatie nodig is.
Let op
Toelichting
-
Start ‘zo-nodig’-gebruik lage dosis formoterol-ICS
Kies één van de volgende middelen:
Gebruik 'zo nodig' (max. 2×/week);
Gebruik bij (verwachte) inspanningsklachten 10–15 min voor de inspanning;
Continueer vanaf stap 3: geef extra inhalaties bij klachten (max. 8×/dag);
Controleer in de instelfase elke 2–6 weken.
Let op
Toelichting
-
Onderhoudsbehandeling met lage dosis ICS of formoterol-ICS ‘zo nodig’ bij klachten
-
Start met een lage dosis ICS
Kies één van de volgende middelen:
- beclometason
- budesonide
- ciclesonide
- fluticason(propionaat)
Continueer gedurende 3 maanden.
Bouw zo mogelijk na 3 maanden af naar een lagere dosis. Staak de ICS niet bij een duidelijke astmadiagnose, tenzij er uitsluitend sprake is van seizoensgebonden klachten.
Continueer het gebruik van SABA voor ‘zo nodig’ bij klachten.
Ga naar stap 4 indien hiermee geen goede astmacontrole wordt bereikt.
Let op
Toelichting
-
Start ‘zo nodig-’gebruik formoterol-ICS
Kies één van de volgende middelen:
Geef extra inhalaties bij klachten (max. 8×/dag).
Ga naar stap 4 indien hiermee geen goede astmacontrole wordt bereikt.
Let op
Toelichting
-
Geef laaggedoseerde ICS + onderhoudsbehandeling LABA of verhoog ICS-dosis
Combineer laaggedoseerde inhalatiecorticosteroïde (ICS) met een onderhoudsbehandeling langwerkend β2-sympathicomimeticum (LABA); bij bijwerkingen van of een relatieve contra-indicatie voor LABA, de dosering inhalatiecorticosteroïden verhogen óf LABA vervangen door tiotropium.
-
Laaggedoseerd ICS+ onderhoudsbehandeling LABA
Kies (bij het middel van stap 3a) één van de volgende langwerkende middelen:
Of continueer de middelen uit stap 3b
Of kies voor één van de volgende combinatiepreparaten:
- budesonide/salmeterol
- formoterol/fluticason(propionaat)
- salmeterol/fluticason(propionaat)
- vilanterol/fluticasonfuroaat
- indacaterol/mometason
Geef bij klachten bij gebruik formoterol-ICS extra inhalaties van lage dosis formoterol-ICS (max. 8×/dag) óf aanvullend een SABA voor ‘zo nodig’ (max. 2×/week).
Geef bij klachten bij een andere LABA dan formoterol, aanvullend een SABA voor ‘zo nodig’ (max. 2×/week).
Ga naar stap 5 of 6 indien hiermee geen goede astmacontrole wordt bereikt.
Let op
Toelichting
-
Bij contra-indicatie of bijwerkingen LABA
Tiotropium
Vervang LABA door:
Of intermediaire (of tijdelijke hoge) dosis ICS zonder LABA
Verhoog de dosis van:
- beclometason
- budesonide
- ciclesonide
- fluticason(propionaat)
Geef bij klachten aanvullend een SABA voor 'zo nodig' (max. 2×/week).
Ga naar stap 5 of alternatief stap 6 indien hiermee geen goede astmacontrole wordt bereikt.
Toelichting
-
Overweeg toevoegen leukotrieen-receptorantagonist (LTRA)
Kies:
Evalueer het effect na 2 maanden. Staak indien er geen verbetering optreedt of bij bijwerkingen.
Ga naar stap 6 indien hiermee geen goede astmacontrole wordt bereikt.
Toelichting
-
Verhoog dosering ICS
-
Geef intermediaire tot (tijdelijk) hogere dosis ICS naast onderhoudsbehandeling LABA
Gebruik dezelfde combinatie als bij stap 4a.
Geef bij gebruik van formoterol-ICS bij klachten extra inhalaties van lage dosis formoterol-ICS (max. 8×/dag) óf aanvullend een SABA voor 'zo nodig'.
Geef bij een ICS + een andere LABA dan formoterol, bij klachten aanvullend een SABA voor 'zo nodig' (max. 2×/week).
Ga naar stap 7 indien hiermee geen goede astmacontrole wordt bereikt.
-
Geef een hogere dosis ICS zonder LABA
Bij bijwerkingen van of een relatieve contra-indicatie voor β2-sympathicomimetica: verhoog de dosering inhalatiecorticosteroïde.
Gebruik hetzelfde middel als bij stap 4b.
Geef bij klachten aanvullend een SABA voor 'zo nodig' (max. 2×/week).
Ga naar stap 7 indien hiermee geen goede astmacontrole wordt bereikt.
-
Pas beleid aan
Overweeg één of meer van de onderstaande alternatieven bij blijvend onvoldoende astmacontrole.
-
Overweeg het toevoegen van een langwerkende muscarine-antagonist (LAMA)
Voeg aan ICS+LABA toe:
Of vervang door 2:
Evalueer na 2 maanden na toevoegen van LAMA of er bijwerkingen zijn (bv. droge mond). Evalueer na 1 jaar de effectiviteit. Staak de LAMA als het geen verbetering geeft van de astmacontrole.
Consulteer of verwijs naar de longarts indien binnen 3–6 maanden geen goede astmacontrole is bereikt.
Toelichting
-
Verwijs naar de longarts
Medicamenteuze behandelopties voor ernstig (eosinofiel) astma in de tweedelijnszorg zijn o.a.:
- Subcutane en sublinguale immunotherapie bij patiënten met (voornamelijk) een mono-allergie;
- Behandeling met monoklonale antilichamen (biologicals); omalizumab (anti-IgE), mepolizumab, reslizumab en benralizumab (anti-IL5/IL5R) of dupilumab (anti-IL4/IL13);
- Behandeling met systemische corticosteroïden;
- Onderhoudsbehandeling met een macrolide of antimycoticum.
Toelichting
Ipratropium heeft geen plaats in de standaardbehandeling van volwassen patiënten met astma.
Toelichting
Onderhoudsbehandeling bij kinderen
-
Bespreek niet-medicamenteus beleid
Adviseer:
- een rookvrije omgeving (let ook op ‘derdehands rook’), zie ook Stoppen met roken;
- vermijden van allergische prikkels (bij positieve test) en niet-allergische prikkels (bij bronchiale hyper-reactiviteit);
- voldoende beweging;
- gewichtsreductie bij overgewicht.
Overweeg ademhalingsoefeningen uitsluitend bij het vermoeden dat een slechte ademtechniek van invloed is op de klachten.
Wees terughoudend met de diagnose Astma bij kinderen < 6 jaar.
Verwijs de patiënt/ouders voor meer informatie naar Thuisarts.nl.
Combineer niet-medicamenteuze adviezen met medicamenteuze behandeling (stap 2).
Ga naar stap 2 bij kinderen < 1 jaar of bij zeer weinig klachten (< 2×/week overdag); ga bij frequentere klachten bij kinderen ≥ 1 jaar naar stap 3.
Toelichting
-
Start ‘zo nodig’-gebruik van een kortwerkend β2-sympathicomimeticum (SABA)
Kies bij incidentele klachten (< 2×/week) één van de volgende middelen:
- salbutamol
- terbutaline (vanaf 7 jaar)
Ga in het algemeen bij onvoldoende astmacontrole de TIP-aandachtspunten na: Therapietrouw, inhalatietechniek en Prikkelvermijding. Maak desgewenst tevens afspraken over zelfbehandeling en bied in het bijzonder aandacht aan frequent sportende kinderen die SABA gebruiken. Zie de Toelichting.
Kinderen < 1 jaar
Geef een SABA tijdens het consult (als diagnosticum) en schrijf voor als de klachten verminderen.
Evalueer het effect na 1-2 weken en staak de SABA als de klachten over zijn.
Als de klachten terugkeren, in overleg het beleid bepalen.
Ga naar stap 4 bij persisterend expiratoir piepen.
Kinderen 1-6 jaar
Geef een SABA tijdens het consult (als diagnosticum) en schrijf voor als de klachten verminderen.
Gebruik 'zo nodig' (max. 2×/week, ‘ongepland’).
Evalueer het effect na 1-2 weken en staak de SABA als de klachten over zijn.
Ga naar stap 3 als > 2×/week ‘zo nodig’-medicatie nodig is; overweeg eveneens stap 3 als de klachten na staken binnen 4 weken terugkomen. Als de SABA verbetering geeft, maar de klachten persisteren en > 2× per week gebruik van SABA nodig is: continueer de behandeling nog 1-2 weken of ga naar stap 3. Als de klachten na 4 weken terugkomen, herhaal dan stap 2.
Kinderen ≥ 6 jaar
Gebruik 'zo nodig' (max. 2×/week ‘ongepland’).
Voor ‘gepland’ gebruik ter preventie van inspanningsklachten bij frequente sporters: max 5×/week. Bij inspanningsklachten 10-15 min voor de inspanning gebruiken. Ga bij ongepland gebruik na in hoeverre de volgende stap geïndiceerd is (zie toelichting).
Let op: Bij een tekort aan dosisaerosolen van salbutamol wordt, waar mogelijk, inhalatiepoeder aanbevolen. Zie voor meer informatie en alternatieven het NHG-advies Adviezen over tekort salbutamol (april 2024).
Evalueer het effect na 2-4 weken. Overweeg bij inspanningsgebonden klachten een stoppoging na 3-6 maanden.
Ga naar stap 3, als > 2×/week ‘ongepland’ ‘zo nodig’-medicatie nodig is.
Let op
Toelichting
-
Onderhoudsbehandeling met lage dosis ICS
Kies één van de volgende middelen in startdosering:
- beclometason
- budesonide
- ciclesonide (vanaf 12 jaar)
- fluticason(propionaat)
Kinderen 1-6 jaar
Overweeg toevoegen van een ICS gedurende 6 weken. Adviseer een SABA ‘zo nodig’ te blijven gebruiken.
Bij voldoende verbetering ICS gedurende nog 6 weken continueren in de startdosering. Bouw de ICS (als er geen klachten zijn) hierna af in stappen van 25-50% per 3 maanden (zie toelichting).
Ga naar stap 4 bij onvoldoende verbetering na 6 weken.
Kinderen ≥ 6 jaar
Voeg een ICS gedurende 3 maanden toe. Adviseer een SABA ‘zo nodig’ te blijven gebruiken.
Streef bij goede astmacontrole naar afbouwen van de dosering in stappen van 25-50% per 3 maanden, tot een zo laag mogelijke effectieve dosis. Continueer gedurende minimaal één jaar; bouw dan verder af en stop als dat lukt (zie toelichting).
Ga naar stap 4 bij onvoldoende astmacontrole na 3 maanden.
Let op
Toelichting
-
Verwijs naar of consulteer een kinder(long)arts
Kinderen < 1 jaar
Verwijs bij persisterend expiratoir piepen na 1-2 weken gebruik van een SABA.
Kinderen 1-6 jaar
Verwijs bij onvoldoende verbetering na 6 weken gebruik van SABA ‘zo nodig’ + ICS.
Kinderen ≥ 6 jaar
Verwijs of consulteer bij onvoldoende astmacontrole na 3 maanden gebruik van SABA ‘zo nodig’ + ICS.
Behandelopties in de tweedelijnszorg:
- formoterol (LABA)
- salmeterol (LABA)
- montelukast (LTRA)
- tiotropium (LAMA)
- mepolizumab (anti-IL5/IL5R)
- omalizumab (anti-IgE)
- dupilumab (anti-IL4/IL13)
Zie voor uitgebreidere beschrijving van medicamenteuze behandelopties in de tweedelijnszorg de toelichting.
Toelichting
Overweeg ipratropium alleen als een SABA niet wordt verdragen, zie ook toelichting.
Toelichting
Clemastine heeft geen plaats meer in de behandeling van astma, vanwege het geringe therapeutische effect en de soms ernstige bijwerkingen bij jonge kinderen.
Behandelplan
Ernstige longaanval bij volwassenen, ABCDE-instabiel
Er is sprake van cyanose, bewustzijnsdaling en/of uitputting.
-
Bel een ambulance met A1-indicatie
Geef alvast de volgende middelen:
- Zuurstof 10–15 l/min (streef naar een saturatie ≥ 94%);
- Verneveling salbutamol en ipratropium (indien niet beschikbaar: via dosisaerosol met voorzetkamer);
- Breng zo mogelijk een infuusnaald in en spuit door met ten minste 2 ml 0,9% NaCl.
Overweeg (indien voldoende tijd):
- dexamethason éénmalig 8 mg i.v. of i.m.
Toelichting
Ernstige longaanval bij volwassenen, ABCDE-stabiel
-
Start salbutamol
Geef:
Geef als dosisaerosol met voorzetkamer
Ga bij onvoldoende verbetering naar stap 2. Ga bij verbetering naar stap 3.
Toelichting
-
Combineer salbutamol met ipratropium
Geef:
Geef als dosisaerosol met voorzetkamer.
Als salbutamol en ipratropium per vernevelaar worden toegediend, kan dit eventueel gelijktijdig:
Ga bij verbetering naar stap 3.
Toelichting
-
Geef een orale kuur predniso(lo)n
Gedurende 5 dagen, indien nodig tot max. 14 dagen.
Ga naar stap 4
Let op
Toelichting
-
Verhoog de dosering luchtwegverwijders de komende 24 uur en/of pas de toedieningsvorm aan.
Let op een goede inhalatietechniek. Overweeg gebruik van een dosisaerosol met een voorzetkamer i.p.v. een poederinhalator.
Verwijs een patiënt met een ernstige longaanval als er:
- geen verbetering optreedt;
- thuis onvoldoende zorgmogelijkheden zijn;
- ernstige interfererende comorbiditeit is;
- bij eerdere longaanvallen steeds een ziekenhuisopname noodzakelijk was.
Minder ernstige longaanval bij volwassenen
-
Start SABA of formoterol-ICS of geef extra inhalaties
Geef of verhoog de dosis:
Verhoog indien nodig tot de maximale dosering.
Een SABA kan tijdens een longaanval naast een LABA/ICS worden gebruikt.
Overweeg stap 2 en stap 3, afhankelijk van eerdere ervaringen en voorkeuren van de patiënt.
-
Overweeg het starten of verhogen van ICS (of ICS/LABA)
Verhoog indien nodig tot de maximale dosering.
Geef gedurende 5 tot maximaal 14 dagen.
-
Overweeg orale kuur predniso(lo)n
Geef:
Overweeg op basis van eerdere ervaring.
Geef gedurende 5 dagen. Verleng afhankelijk van de controle tot maximaal 14 dagen.
Longaanval bij kinderen < 18 jaar, ABCDE-instabiel
Er is sprake van cyanose, bewustzijnsdaling en/of uitputting
-
Bel een ambulance met A1-indicatie
Geef alvast:
- Zuurstof 10 l/min (streef naar een saturatie ≥ 94%).
- Verneveling salbutamol en ipratropium (indien niet beschikbaar: via dosisaerosol met voorzetkamer).
- Breng zo mogelijk een infuusnaald in en spuit door met ten minste 2 ml 0,9% NaCl.
Toelichting
Acuut ernstige kortademigheid bij kinderen < 18 jaar, ABCDE-stabiel
-
Start salbutamol
Bij acute ernstige kortademigheid, indien ABCDE-stabiel:
Geef als dosisaerosol met voorzetkamer;
Herhaal de inhalatie na een kwartier;
Ga naar stap 2 bij kortdurende of onvolledige verbetering. Ga naar stap 3 bij geen of onvoldoende verbetering.
-
Voeg een orale kuur predniso(lo)n toe
Geef
Ga naar stap 3
Let op
Toelichting
-
Controleer effect of verwijs naar de tweedelijnszorg
Als niet wordt verwezen bij voorkeur de volgende dag controleren.
Verwijs bij:
- onvoldoende verbetering;
- onvoldoende zorgmogelijkheden in de eerstvolgende 12 tot 24 uur;
- een ziekenhuisopname wegens astma of een zeer ernstig verlopen longaanval in de voorafgaande 12 maanden;
- een longaanval die de volgende dag ondanks adequaat ingestelde medicatie onvoldoende verbetert.
Achtergrond
Definitie
Astma wordt gekenmerkt door wisselende, vaak aanvalsgewijs optredende bronchusobstructie ten gevolge van verhoogde gevoeligheid van de luchtwegen voor niet-allergische prikkels. Deze verhoogde gevoeligheid wordt “bronchiale hyperreactiviteit” genoemd. Een deel van de mensen met astma is bovendien gevoelig voor allergische prikkels. Het onderliggend mechanisme is een chronische ontstekingsreactie van de luchtwegen.
Episodisch expiratoir piepen komt veel voor bij jonge kinderen, vaak bij een luchtweginfectie. Er is meer kans op astma als het kind ook last heeft van bijvoorbeeld eczeem of allergie. Stel de diagnose ‘astma’ alleen bij grote waarschijnlijkheid. Wees terughoudend met het stellen van de diagnose astma bij kinderen < 6 jaar. Stel bij deze kinderen de symptoomdiagnose ‘episodisch expiratoir piepen’ bij ≥ 2 episoden met expiratoir piepen.
Allergische prikkels (IgE-gemedieerd):
Uitwerpselen van huisstofmijt, pollen van bomen, grassen en onkruid, huidschilfers van harige dieren, schimmels, bepaalde voedingsmiddelen (zoals schaaldieren en noten) en beroepsgebonden allergenen (bv. bij schilders, kappers, bakkers en paprikatelers).
Niet-allergische prikkels:
Virale luchtweginfecties, lichamelijke inspanning, verandering in temperatuur of luchtvochtigheid, tabaksrook, parfums, sprays, huidverzorgingsproducten, wasmiddelen, scherpe luchtjes (zoals bak- en verflucht), luchtvervuiling (zoals fijnstof) en emoties (zowel positieve als negatieve).
Symptomen
Astma gaat gepaard met kortademigheid, piepend ademhalen en/of (productief) hoesten. Bij een longaanval is er tevens sprake van dyspneu in rust of zelfs, bij een ernstige longaanval, respiratoir falen.
Behandeldoel
Het behandeldoel bij astma is een goede en stabiele astmacontrole en het voorkómen van een longaanval. Goede astmacontrole houdt in: geen klachten overdag en ’s nachts, geen beperkingen, normale spirometrie (indien geïndiceerd), medicatie in een zo laag mogelijke dosering en toedieningsfrequentie (met ≤ 2×/week 'zo nodig'-gebruik van een SABA) en minimale bijwerkingen.
Stem het behandeldoel af met (de ouders van) de patiënt. Formuleer (haalbare) behandeldoelen die zich richten op de wensen van de patiënt. Het definiëren van persoonlijke behandeldoelen is met name zinvol bij een blijvend onvoldoende astmacontrole.
Uitgangspunten
Indien de reactie op allergene en/of niet-allergene prikkels duidelijk is aangetoond, is het van belang de expositie daaraan zoveel mogelijk te beperken. Ook een goede lichamelijke conditie is belangrijk. De stepped-care medicamenteuze behandeling wordt bij voorkeur per inhalatie toegediend, omdat daarmee een optimaal effect bij een zo laag mogelijke dosering wordt verkregen en geringe kans op systemische bijwerkingen.
Start alleen met (onderhouds)medicatie indien de diagnose astma voldoende zeker is gesteld. Bij volwassenen is een inhalatiecorticosteroïde (ICS), al dan niet in combinatie met een langwerkend β2-sympathicomimeticum (LABA)de basis voor de medicamenteuze behandeling. Het indicatiegebied voor gebruik van een kortwerkend β2-sympathicomimeticum (SABA) is beperkt; de afgelopen jaren is duidelijker geworden dat er schadelijke effecten gepaard gaan met overmatig gebruik (> 2×/week) van een SABA. Patiënten die frequent een SABA gebruiken zonder onderhoudsbehandeling met ICS hebben meer kans op een longaanval, ziekenhuisopname en vroegtijdig overlijden. Er bestaat daarom bij volwassenen met een duidelijke astmadiagnose de mogelijkheid om de eerste medicatiestap, die bestaat uit max. 2× per week een SABA, over te slaan en laagdrempelig te starten met een onderhoudsbehandeling met ICS. Zie de NHG-Standaard Astma bij volwassenen 1 voor overige maatregelen ter preventie van overmatig SABA-gebruik. Een gelijkwaardig alternatief van een ICS onderhoudsbehandeling bij volwassenen, is te starten met een onderhoudsbehandeling formoterol-ICS ‘zo nodig’ bij klachten; deze behandeloptie heeft waarschijnlijk een vergelijkbare effectiviteit en bevordert mogelijk de therapietrouw. In geval van ernstig of moeilijk behandelbaar astma kan worden overwogen om een langwerkend parasympathicolyticum (LAMA) of een leukotrieenantagonist aan de behandeling toe te voegen, of de dosis ICS (tijdelijk) te verhogen.
In tegenstelling tot de behandeling van astma bij volwassenen, heeft een langwerkend β2-sympathicomimeticum (LABA) bij kinderen in de eerstelijnszorg geen plaats, omdat het niet is aangetoond dat een LABA in combinatie met een ICS een toegevoegde waarde heeft boven het gebruik van alleen een ICS.
Bij inspanningsastma is het advies een SABA (ongeveer 2 uur luchtwegverwijding), of bij gebruik van een combinatiepreparaat met ICS en formoterol dit preparaat te gebruiken, 10 tot 15 minuten vóór de inspanning. Volgens het NVK is inspanningsastma meestal een uiting van onvoldoende ziektecontrole bij patiënten met bewezen astma; stel zo nodig de onderhoudsbehandeling met ICS bij.
Ga bij onvoldoende astmacontrole eerst de TIP-aandachtspunten na: Therapietrouw, Inhalatietechniek en Prikkelvermijding. Ter bevordering van de therapietrouw kunnen e-health-applicaties worden ingezet, zoals astmacontrole op afstand (via email, website of telefoon). E-health kan een ondersteuning zijn bij het zelfmanagement, het dient niet ter vervanging van het monitoringsconsult. Heroverweeg tevens de diagnose astma. Indien astma bij volwassenen minimaal drie maanden voldoende onder controle is, kan afbouwen van de medicatie tot de laagste effectieve dosering en toedieningsfrequentie geprobeerd worden. Hierbij is regelmatige controle van de astmaklachten en voorlichting over hervatten/ophogen van de medicatie bij recidiveren van de astmasymptomen belangrijk. Zie voor afbouwen bij kinderen de betreffende stappen in het stappenplan Onderhoudsbehandeling bij kinderen.
Keuze inhalator
De middelen binnen de meeste geneesmiddelgroepen zijn over het algemeen gelijkwaardig voor wat betreft effectiviteit, veiligheid, bijwerkingen, en toepasbaarheid. Bij de keuze van een inhalator spelen de voorkeur van de patiënt, patiëntgebonden factoren zoals coördinatie en inspiratiekracht, belasting voor het milieu en kosten een belangrijke rol.
Zie voor een korte inhalatie-instructie van een aerosol met voorzetkamer of droogpoederinhalator www.inhalatorgebruik.nl. Niet elke aerosol in combinatie met elke voorzetkamer is geschikt voor een goede depositie.
Neem de volgende aandachtspunten in acht:
- Een algemeen bezwaar tegen aerosolen is dat ze fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) als drijfgas bevatten; ze bevatten in verschillende mate wel een sterk broeikasgas. Zie voor informatie: Milieu-impact geneesmiddelen, sectiebroeikasgasemissie geneesmiddelenketen, onder inhalatoren.
- Streef naar uniformiteit in de toedieningsvorm bij gebruik van verschillende middelen.
- Het verdient aanbeveling dat de arts ervaring opdoet met een beperkt aantal inhalatoren en van elke type een demonstratiemodel beschikbaar heeft.
- Kies bij adequate coördinatie en voldoende inspiratoire luchtstroomsterkte, een droge poederinhalator – indien mogelijk multidose – of een dosisaerosol met voorzetkamer.
- Bij inadequate coördinatie kan inademingsgestuurde dosisaerosol uitkomst bieden.
- Kies bij onvoldoende inspiratoire luchtstroomsterkte, een dosisaerosol met voorzetkamer of een inademingsgestuurde dosisaerosol.
- Kies bij kinderen < 7 jaar voor een dosisaerosol met voorzetkamer met babymasker (0-1 jaar), kindermasker (1-4 jaar) of mondstuk (4-7 jaar).
- Bij kinderen < 10 jaar is inhalatiekracht en oog-handcoördinatie regelmatig onvoldoende aanwezig, dit maakt een poederinhalator minder geschikt. Volgens de NVK zijn inhalatoren met poedercapsules doorgaans niet geschikt voor kinderen 6.
- Bij kinderen ≥ 7 jaar komen dosisaerosol met voorzetkamer met mondstuk, ademgestuurde dosisaerosol en poederinhalator (mits voldoende inhalatiekracht en oog-handcoördinatie) in aanmerking.
- Bij kinderen ≥ 12 jaar is er regelmatig sprake van vermindering van de therapietrouw bij gebruik van een dosisaerosol met voorzetkamer. Er is een individuele variatie in voorkeur voor een bepaald type inhalator; dit speelt een belangrijke rol in therapietrouw.
- Let op: Bij een tekort aan dosisaerosolen van salbutamol wordt bij volwasssenen en kinderen > 6 jaar, waar mogelijk, inhalatiepoeder aanbevolen. Zie voor meer informatie en alternatieven het NHG-advies Adviezen over tekort salbutamol (april 2024).
Kinderen
Astmaklachten op kinderleeftijd hoeven niet te leiden tot astma in het latere leven. Ruim een derde van alle kinderen maakt meer dan 1 periode met expiratoir piepen door vóór de leeftijd van 3 jaar, vaak tijdens of aansluitend op virale bovensteluchtweginfecties. Meer dan de helft van deze kinderen heeft op de leeftijd van 6 jaar geen klachten meer. Bij ongeveer 20% van de kinderen bij wie de diagnose ‘astma’ op 7-jarige leeftijd is gesteld, verdwijnen de klachten rond de puberteit. Bij kinderen > 12 jaar met astma kunnen diverse factoren het beloop beïnvloeden, zoals een verhoogde kans op therapieontrouw, mogelijk startend rookgedrag en school- en beroepskeuzes.
De behandeling van expiratoir piepen (zoals bij een virale infectie) is in grote lijnen gelijk aan de behandeling van astma. Houd wel rekening met het natuurlijke beloop van een virale infectie. Zie voor details het stappenplan (Onderhouds)behandeling bij kinderen.
Zie voor keuzes betreffende spirometrie of bloedonderzoek op inhalatie-allergenen in diagnostische of beleidsfase de NHG-Standaard Astma bij kinderen 4.
Achtergrond
Definitie
Een astma longaanval is een toenemende verergering van dyspneuklachten, hoesten of piepen, die gepaard gaan met een verminderde longfunctie, meestal als gevolg van een virale luchtweginfectie of een andere prikkel, of door verkeerd of onvoldoende gebruik van medicatie (ICS). Meestal is aanvullende behandeling aangewezen.
De NHG-Behandelrichtlijn 1 gaat voor longaanvallen uit van de ABCDE-methodiek; een werkwijze waarbij hulp wordt verleend volgens het principe 'treat first what kills first'. ABCDE staat voor ademweg (Airway), ademhaling (Breathing), circulatie (Circulation), het bewustzijn of andere acute neurologische uitval (Disabilities) en omgevingsfactoren (Exposure/environment).
ABCDE-instabiel betekent dat ≥ 1 van bovenstaande klinische parameters afwijkend zijn. Er kan sprake zijn van cyanose, bewustzijnsdaling en/of uitputting. Op basis hiervan concludeert de behandelaar, rekening houdend met de klinische context, dat er een direct levensbedreigende situatie bestaat.
Indien ABCDE-stabiel, dan is er sprake van een ernstige longaanval bij ≥ 1 van de volgende criteria:
- (een toename van de) dyspneu in rust, moeite met uitspreken van een hele zin, niet plat kunnen liggen;
- sterk toegenomen ademarbeid, die zich uit in een hoge ademfrequentie of gebruik van hulpademhalingsspieren;
- versnelde hartslag > 100 slagen/minuut;
- zuurstofsaturatie < 94%.
Er is sprake van een minder ernstige longaanval indien bovengenoemde criteria afwezig zijn, of als de patiënt vlot verbetert na salbutamolinhalatie.
Uitgangspunten
De behandeling van een longaanval van astma wordt bepaald door de ernst van het klinische beeld en het effect van eerdere behandeling van longaanvallen. Bij adequate coping kan de patiënt in principe zelf starten met medicatie bij verergering van de symptomen. De behandelaar schat de mogelijkheden hiervoor in, aan de hand van de ziektelast en de mate van mantelzorg en zelfmanagement en geeft de patiënt instructies.
Geneesmiddelen
bèta2-sympathicomimetica
corticosteroïden, inhalatie
corticosteroïden met bèta2-sympathicomimeticum
- budesonide/salmeterol
- formoterol/beclometason
- formoterol/budesonide
- formoterol/fluticason
- indacaterol/mometason
- salmeterol/fluticason
- vilanterol/fluticasonfuroaat
interleukine-remmers
leukotrieenantagonisten
monoklonale antilichamen, pulmonaal
parasympathicolytica, inhalatie
parasympathicolytica met bèta2-sympathicomimeticum
Geneesmiddelen
bèta2-sympathicomimetica
corticosteroïden, inhalatie
corticosteroïden, systemisch
- betamethason (systemisch)
- deflazacort
- dexamethason (systemisch)
- hydrocortison (systemisch)
- methylprednisolon
- prednisolon (systemisch)
- prednison
- triamcinolonacetonide (systemisch)